Als je door een ziekte, ongeval of beperking niet of minder kunt werken, brengt dat veel vragen met zich mee. Bijvoorbeeld over je thuissituatie, werk en geldzaken. Op deze pagina hebben we de meestgestelde vragen voor je op een rij gezet en voorzien van antwoord. Mis je een vraag? Stel deze dan gerust aan onze ervaringsdeskundige in het forum of tijdens een koffietafel.

Vragen en antwoorden

Thuis

Door mijn ziekte of beperking kan ik mijn werk niet meer doen zoals ik gewend ben en zoals anderen van mij verwachten.

Hoe maak je een dagindeling, als je ineens niet meer in staat bent om te werken? We geven je praktische tips om structuur mee aan te brengen in je dag.

Als je ziek bent, heb je misschien minder energie. Je wil misschien wel iets ondernemen, maar het lukt niet altijd. Dan is het belangrijk om goed naar je lichaam te luisteren.

Een dagindeling geeft je structuur en houvast. Houd alleen wel rekening met de rust die je nodig hebt en neem daar de tijd voor. Als je op bepaalde momenten van de dag meer energie hebt, dan kun je op die momenten wellicht activiteiten inplannen.

Tips van een ervaringsdeskundige
  • Voor veel mensen is het belangrijk om genoeg te slapen. Je lichaam herstelt zich als je slaapt en bereidt zich optimaal voor op de komende dag. Probeer daarom op vaste tijden naar bed te gaan, want met een goed slaapritme voel je je vaak energieker.
  • Probeer een dagelijkse structuur aan de houden. Dit doe je (bijvoorbeeld) door elke dag rond hetzelfde tijdstip op te staan en te beginnen met een goed ontbijt. Dit zorgt voor energie en brengt je lichaam op gang.
  • Luister goed naar je lichaam. Probeer niet het maximale van je energie te vragen, maar doe net iets rustiger aan. Dan houd je je energielevel gedurende de dag mogelijk beter op pijl en ga je niet over je eigen grenzen heen.
  • Verdeel je energie goed over de dag. Maak een planning en zorg dat je balans houdt tussen activiteiten en rust. Heb je ’s ochtends de meeste energie? Stem daar dan je activiteiten op af. Heb je een drukke dag voor de boeg? Zorg dat je daarna genoeg tijd vrijmaakt om bij te komen.
  • Kijk eens of er mogelijkheden zijn om hulpmiddelen te gebruiken. Bijvoorbeeld een rolstoel, rugkussen of wandelstok. Vraag bij de gemeente (afdeling WMO) hoe zij jou kunnen helpen.
  • Maak elke dag tijd voor ontspanning. Denk bijvoorbeeld aan muziek luisteren, een boek lezen of Het is goed om je lichaam en geest tijdens de dag rust te geven.
  • Probeer in beweging te blijven. Door dagelijks je lichaam in te spannen, krijg je energie. Dit bevordert je nachtrust. Dit hoeft geen intensieve activiteit te zijn. Een ommetje lopen of een stukje fietsen kan al genoeg zijn.

Voel goed aan wat je kan en accepteer dat. Als het een dagje wat minder lukt, is het ook niet erg. Morgen is er weer een nieuwe dag.

Het UWV kan vragen naar jouw dagindeling

Het UWV vraagt tijdens de WIA-beoordeling mogelijk ook naar jouw dagindeling. Een beschrijving van jouw dagritme kan de verzekeringsarts een beeld geven van jouw beperkingen en mogelijkheden.

Ook wanneer je langdurig ziek of arbeidsongeschikt bent, kun je natuurlijk de behoefte hebben om er even tussenuit te gaan. Ga je op vakantie? Dan moet je dat in ieder geval kenbaar maken. Bij wie? Dat hangt af van jouw situatie.

Er is namelijk een aantal zaken om rekening mee te houden. Je wil geen stress voor- of achteraf hebben. Er wordt in basis van je verwacht dat je meewerkt aan je eigen herstel, zodat je op termijn weer kunt re-integreren. Er even tussenuit gaan en een nieuwe omgeving leren kennen kan daar soms bij helpen.

Maar let op, een vakantie mag in ieder geval nooit je herstel belemmeren. Ga bijvoorbeeld niet een week bergbeklimmen of hiken als je arbeidsongeschikt bent doordat je problemen hebt met je knieën of je heup. Dan kan jouw verzoek worden geweigerd, omdat het jouw herstel kan belemmeren.

Twijfel je zelf? Of twijfelt jouw werkgever? Vraag de bedrijfsarts om een advies te geven over jouw geplande vakantie.

Waar moet je rekening mee houden? We zetten de verschillende situaties voor je op een rij.

Ik ben ziek en in dienst bij mijn werkgever en ik ga op vakantie

 Als je langdurig ziek of arbeidsongeschikt bent, kan je nog gewoon op contract staan bij je werkgever en (een gedeelte van je) loon ontvangen. Vaak is dat in de eerste twee jaar dat je ziek bent.

Zolang je in dienst bent en (een deel van het) loon ontvangt, bouw je gewoon vakantiedagen en vakantiegeld op. Vakantiedagen kun je natuurlijk opnemen wanneer je op vakantie gaat. Dit gaat, net als wanneer je werkzaam bent, in overleg met jouw leidinggevende.

Als er twijfel bestaat of het verstandig is om op vakantie te gaan, dan kan er overleg met de bedrijfsarts plaatsvinden. De bedrijfsarts bekijkt of er medische bezwaren zijn tegen je reis. Zijn die er niet en is je leidinggevende akkoord? Dan kan je gewoon op vakantie.

Als je voldoende vakantiedagen hebt opgebouwd, dan worden deze dagen afgeschreven, zoals dat ook zou gaan wanneer je werkzaam zou zijn. Heb je onvoldoende vakantiedagen? Dan kun je mogelijk onbetaald verlof opnemen. Overleg dit met je werkgever.

Let er op dat wettelijke vakantiedagen op 1 juli van het volgende kalenderjaar vervallen. Bovenwettelijke vakantiedagen blijven in de regel vijf jaar staan, tenzij er in de cao, bedrijfsregeling of arbeidsovereenkomst iets anders over is afgesproken.

Mag je werkgever de vakantie weigeren?

 Afspraken over verlof zijn vastgelegd in de cao, bedrijfsreglement of je arbeidsovereenkomst. Deze bepalingen blijven gelden zolang je een dienstverband hebt, dus ook als je langdurig ziek of arbeidsongeschikt bent.

In de cao, bedrijfsreglement of je arbeidsovereenkomst kan bijvoorbeeld zijn vastgelegd dat de vakantieaanvraag in overleg gaat; en dat de aanvraag in het geval van zwaarwegende, bedrijfsmatige redenen kan worden geweigerd.

Bij langdurige ziekte zal een bedrijfsmatige reden niet snel aan de orde zijn. Immers, je taken worden al waargenomen.

Een lopend re-integratietraject kan wél een reden zijn om de vakantie te weigeren. Bijvoorbeeld als je afspraken hebt gepland in het kader van de re-integratie, die je zou moeten annuleren door jouw vakantieplannen.

Een andere reden om je vakantieaanvraag te weigeren, is als je op vakantie activiteiten doet die jouw herstel en re-integratie kunnen belemmeren. De werkgever mag dus jouw vakantieverzoek weigeren, als de bedrijfsarts een negatief advies geeft. Dit kan de bedrijfsarts doen als zijn of haar medische oordeel is dat de vakantie of de reis een herstel in de weg staat.

Op vakantie zonder toestemming van je werkgever?

Wordt je loon doorbetaald door je werkgever en ga je op vakantie zonder toestemming? Dan kunnen de gevolgen groot zijn. Je werkgever kan namelijk besluiten om je loondoorbetaling op te schorten, dus tijdelijk stop te zetten, totdat je je afspraken weer nakomt.

Als je (structureel) niet meewerkt aan je re-integratie kan de werkgever de loondoorbetaling stopzetten. Als blijkt dat de werkgever een dossier heeft opgebouwd en gegronde redenen heeft om de loondoorbetaling stop te zetten dan kan uiteindelijk zelfs je contract worden ontbonden. Je verliest dan bovendien het recht op WW of een ziektewetuitkering.

Ziektewetuitkering van het UWV en vakantie

Een ziektewetuitkering kan je krijgen als je ziek uit dienst gaat, bijvoorbeeld als je contract van rechtswege eindigt binnen de eerste twee jaar dat je ziek bent. Dan vervalt de loondoorbetalingsplicht van de werkgever en volgt de ziektewetuitkering van het UWV dit mogelijk op.

Krijg je een ziektewetuitkering van het UWV? Dan betaalt het UWV jouw uitkering en heb je een meldplicht bij het UWV. Je hebt dus geen toestemming nodig van het UWV. De meldplicht houdt in dat je het UWV informeert waar je verblijft en hoe lang. Je kunt dit online doen via de website van UWV.

De uitgangspunten die UWV hanteert:

  • Vakantie in Nederland: je geeft je vakantieplanning 48 uur voor vertrek door
  • Vakantie in het buitenland: je geeft je vakantieadres twee weken voor vertrek door.

Het UWV vraagt je om bereikbaar te blijven, ook tijdens je vakantie. Ben je niet in staat om belangrijke brieven te lezen? Laat het UWV dit dan weten vóórdat je op vakantie gaat.

Ziektewet eigenrisicodrager en vakantie

 Is jouw werkgever eigenrisicodrager van de ziektewet? Dan is jouw werkgever verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de ziektewet, dus ook voor jouw re-integratie en uitbetaling van de ziektewetuitkering. Wil je op vakantie? Dan zal je dus met je werkgever moeten overleggen, net zoals je zou doen als je nog in dienst zou zijn.

Ontvang je een WIA- of een WAO-uitkering van het UWV? Dan heb je alleen bij lange vakanties naar het buitenland een meldplicht bij het UWV. Je hoeft dus geen toestemming te vragen aan het UWV. Je kunt dit online doorgeven via de website van UWV.

De uitgangspunten die het UWV hanteert:

  • Ga je langer dan vier weken op vakantie naar het buitenland? Dan moet je dat twee weken van tevoren doorgeven.
  • Ga je korter dan vier weken naar het buitenland? Dan hoef je dat niet door te geven.
  • Ga je op vakantie binnen Nederland? Dan hoef je je vakantie niet door te geven, ook niet als dit langer dan vier weken is. Je moet wel bereikbaar blijven voor het UWV.
Eigenrisicodrager voor de WGA

Is jouw werkgever eigenrisicodrager voor de WGA (onderdeel van de WIA)? Dan is het handig om de werkgever, of de verzekeraar van de werkgever, te informeren over jouw vakantieplannen. Zij zijn tenslotte ook betrokken bij jouw arbeidsongeschiktheid, omdat de werkgever uiteindelijk de rekening betaalt van jouw uitkering.

Laatste tip: kies je vakantie met zorg

 Zorg ervoor dat je geen vakantie boekt, of activiteiten boekt, die je herstel belemmeren. Denk aan een survival-weekend als je je hebt ziek gemeld met rugklachten. Waarschijnlijk is dat ook niet waar je behoefte aan hebt, maar denk er om dat jouw vakantieplannen je herstel niet mogen belemmeren.

Bij twijfel is het altijd handig om vooraf met de bedrijfsarts te overleggen.

Wanneer de diagnose ‘burn-out’ wordt vastgesteld, vallen een hoop stukjes op zijn plek. Je weet immers al lang dat je je niet goed voelt. De diagnose voelt op zo’n moment voor de één verwarrend en voor de andere juist als een opluchting. Eindelijk kun je een naam geven aan je gevoel.

Natuurlijk: iedereen is wel eens gespannen, zowel werk als privé. En dat hoeft ook helemaal niet erg te zijn. Maar te veel spanning kan leiden tot overspanning. Maar wanneer gaat overspanning over in een burn-out? We zetten de feiten voor je op een rij.

 De symptomen van een burn-out

Volgens onderzoekers mogen we spreken van een burn-out als aan de volgende kenmerken wordt gedaan:

  • Je voelt je overspannen.
  • De klachten houden al minimaal zes maanden aan.
  • Gedurende de hele dag voel je je voornamelijk vermoeid en uitgeput, zowel geestelijk als lichamelijk, en je kan niet meer zoveel aan als vroeger.
  • Deze gevoelens overheersen alles en duren de hele dag.
De kenmerken van overspannen zijn

Een burn-out is de overtreffende trap van overspanning. Wanneer ben je dan overspannen?

Er is sprake van overspanning als je meerdere symptomen ervaart die duiden op geestelijke uitputting.

Volgens onderzoekers ben je overspannen, wanneer je minstens drie van de volgende symptomen ervaart:

  • Vermoeidheid
  • Slapeloosheid
  • Snel geprikkeld
  • Veel piekeren
  • Snel opgejaagd zijn
  • Concentratieproblemen en moeite om dingen te onthouden
  • Je kan niet meer goed tegen lawaai of drukte
  • Je hebt stemmingswisselingen.

Daarnaast is er sprake van een combinatie van deze drie factoren:

  • Je voelt je alsof je de controle mist en machteloos staat. Deze gevoelens zijn een reactie op het niet langer kunnen omgaan met je stress die je in het dagelijks leven hebt
  • Zowel op het werk als privé ervaar je deze negatieve gevoelens
  • Je hebt geen psychiatrische ziekte die bovenstaande gevoelens veroorzaakt.
De oorzaak van een burn-out op het werk

Werkstress ontstaat als de omstandigheden op het werk (zoals de werkzaamheden of het team) niet zijn afgestemd op jouw capaciteiten of behoeften. Dit kan verschillende oorzaken hebben zoals:

  • Persoonlijke elementen zoals het (te) hoog leggen van de lat, geen grenzen kunnen aangeven of niet goed kunnen plannen.
  • Werkinhoudelijke zaken zoals onduidelijke taakomschrijvingen, onduidelijke verantwoordelijkheden of een constante prestatiedruk.
  • Teamgebonden eigenschappen zoals conflicten, gepest, slecht samenwerken, strijdige belangen of weinig (h)erkenning.
  • Bedrijfsgebonden elementen zoals een reorganiserend bedrijf, terwijl er bij de werknemer juist een hele sterke behoefte is aan stabiliteit.

Een burn-out ontstaat nooit plotseling, maar gaat heel geleidelijk.

Vaak zijn de signalen al in een vroeg stadium merkbaar. Soms heeft de partner al opgemerkt dat iemand veel met het werk bezig is en vaak moe thuiskomt. De vroege signalen worden vaak genegeerd en iemand blijft vaak verder gaan, tot op het moment waarop het stoppen met werken de enige overgebleven optie is.

Het zijn daarom vaak vooral de doorzetters, de harde werkers, die té lang tegen spreekwoordelijke muren oplopen en opgebrand raken.

Wie mag de diagnose burn-out stellen?

De diagnose burn-out wordt doorgaans gesteld door je behandelende arts, meestal je huisarts.

Ook al geldt een burn-out medisch gezien niet als aparte ziekte, toch heeft je arts hele specifieke richtlijnen voor het stellen van de diagnose.

De behandeling van een burn-out

In de afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van langdurige overspanning. Het resultaat is dat een burn-out tegenwoordig goed valt te behandelen.

In de behandeling wordt gebruikgemaakt van cognitief gedragstherapeutische interventies. Dit gaat in verschillende fases.

  • Fase 1: Klachtenreductie, waardoor de conditie verbetert en lichamelijke klachten afnemen. Je leert inspanningen te doseren en beter te ontspannen
  • Fase 2: Het leren herkennen van disfunctionele gedachten die symptomen in stand houden
  • Fase 3: Het aanleren van vaardigheden die tegenwicht bieden aan factoren die (over-) spanning veroorzaken. Bijvoorbeeld assertiever zijn, beter leren plannen, grenzen aangeven of beter omgaan met conflicten.

Afhankelijk van de persoon, kunnen fase 2 en 3 worden omgedraaid of in elkaar verweven raken.

Uiteindelijk kom je in de vierde fase terug, waar je geleidelijk je activiteiten laat toenemen. Eerst de routineklussen, later weer complexere taken.

Ziekteverlof tijdens een burn-out

Als je een burn-out krijgt, meld je je ziek. Je hebt dan recht op loondoorbetaling van twee jaar, zolang het dienstverband loopt. Je werkgever mag je dan niet ontslaan (met uitzondering van een ontslag op staande voet of een faillissement).

Hoeveel loon je krijgt, hangt af van je cao of van je arbeidsovereenkomst. Meestal is dit 100 procent van je loon tijdens het eerste ziektejaar. Ook heb je recht op spaarloon, pensioenpremie, vakantiegeld en andere beloningen die je normaal gesproken zou hebben gehad, zoals bonussen en toeslagen.

Heb je een flexibel aantal uren? Dan is het gemiddelde over de afgelopen drie maanden het loon waarop de betaling wordt gebaseerd. Dit heet de ‘arbeidsovereenkomst bij rechtsvermoeden’.

Tijdens je ziekte heb je verplichtingen aan je werkgever, zoals beschreven in het bedrijfsreglement of de cao. De belangrijkste verplichting is om bereikbaar te zijn. Juist bij een burn-out kan dit vervelend voelen en stress veroorzaken. Veel medewerkers met een burn-out maken daarom afspraken over tijdstippen waarop de bereikbaar zijn.

Als je met een burn-out thuis zit, ben je niet verplicht om ziek op bed te liggen. Je bent vrij om je dagen in te delen zoals je dat zelf het liefste wilt. Je hoeft niet binnenshuis te blijven. Integendeel: het valt juist aan te raden om naar buiten te gaan. Je werkgever verwacht namelijk van jou dat je werkt aan je eigen herstel en een wandeling kan daar zeker aan bijdragen.

Tips:
  • Accepteer dat je je voelt zoals je je voelt. De signalen zijn er niet voor niks, dus luister naar wat je lichaam je vertelt;
  • Neem de tijd die je nodig hebt om te herstellen. Herstel is goed mogelijk, maar gaat niet binnen een paar weken;
  • Zet jezelf op de eerste plek. Je kunt alleen voor anderen zorgen als je er zelf weer bovenop bent;
  • Behandeling van een burn-out betekent dat je bereid moet zijn om je eigen gedachten en gedrag te onderzoeken en waar nodig te veranderen. Zie dit niet als een aanval, maar als een kans (die je met beide handen aangrijpt);
  • In sommige gevallen komt het voor dat mensen na behandeling kiezen voor een andere functie of een nieuwe werkplek. Maak dit zeker bespreekbaar, als je denkt dat dit je de nodige lucht geeft na je betermelding;
  • Ga niet te snel weer aan het werk, en laat je niet verleiden om alleen symptomen te bestrijden.

Als je langere tijd ziek thuis bent, moeten jij en je werkgever volgens de wet een plan maken voor je terugkeer naar werk. Voor zo’n re-integratieplan schakelen werkgevers vaak een bedrijfsarts in. Dat is een arts die zich heeft gespecialiseerd in arbeid en gezondheid.

De bedrijfsarts nodigt je een uit voor een gesprek. Je bent verplicht om te komen, tenzij je dat niet kan vanwege je klachten. In overleg kan de bedrijfsarts dan op huisbezoek komen. Er hangt veel af van dit gesprek, daarom is het belangrijk dat je je goed voorbereidt.

Tips voor je voorbereiding van het gesprek met de bedrijfsarts

Wat kan ik verwachten van het gesprek met de bedrijfsarts?

De voorbereiding:
  • Neem een overzicht van je medicijnen en medische behandelingen mee en ook een brief van je huisarts of specialist over wat er met je aan de hand is.
  • Je mag een vertrouwd iemand meenemen, bijvoorbeeld een familielid of goede vriend(in). Bedenk met hem of haar welke vragen je kunt verwachten en oefen met antwoorden.
  • Schrijf vragen op die je zelf aan de bedrijfsarts wilt stellen, bijvoorbeeld wat je werkgever na afloop te horen krijgt.
Het gesprek:
  • Je mag het gesprek voor jezelf opnemen als geheugensteuntje. Geef dat wel meteen aan het begin aan.
  • De vragen van de bedrijfsarts gaan over wat je wél kan. Leg duidelijk uit wat voor jou mogelijk is en wat je daarvoor nodig hebt, bijvoorbeeld een rustige werkplek. Vertel ook waar je grenzen liggen, bijvoorbeeld maximaal 2 uur per dag werken.
  • Houd je antwoorden zo feitelijk mogelijk: je kunt bijvoorbeeld vertellen hoe een goede of slechte dag voor jou eruitziet, of hoe lang je moet rusten na een inspanning.
  • Benoem de situatie zoals hij is. Je flinker voordoen helpt niet, je klachten erger voorstellen ook niet.
En daarna:
  • De bedrijfsarts mag niet zonder jouw toestemming met je werkgever praten over je ziekte. Je werkgever krijgt wel een rapportage over het verloop van je re-integratie.
  • Misschien wil de bedrijfsarts meer informatie vragen aan je (huis)arts. Dat mag alleen na een getekende machtiging.
  • Als de bedrijfsarts zegt dat je kunt werken, maar jij vindt van niet, kun je bezwaar maken. Leg in een brief aan je werkgever en de bedrijfsarts uit waarom je het oneens bent met de beslissing. Je kunt de bedrijfsarts ook vragen contact op te nemen met je huisarts of specialist. Blijft het advies onveranderd, dan kun je een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV. Dat kost 100 euro.

Wie kan mij helpen?

  • Een familielid of goede vriend(in) kan je helpen het gesprek voor te bereiden en meegaan.
  • Je huisarts of specialist kunnen een brief meegeven voor de bedrijfsarts of na het gesprek uitleg geven aan de bedrijfsarts over je situatie.
  • Het UWV kan een deskundigenoordeel opstellen als je het oneens bent met het oordeel van de bedrijfsarts.
Wie kan mij helpen?
  • De ervaringsdeskundigen (ED) van Samen Veerkrachtig hebben zelf meegemaakt hoe het is om langdurig ziek te zijn. Ze geven je graag praktische tips en informatie.

  • Samen Veerkrachtig organiseert regelmatig Koffietafels in verschillende regio’s. Daar kun je mensen ontmoeten die in een vergelijkbare situatie zitten en is het mogelijk om ervaringen uit te wisselen. Tijdens een Koffietafel delen de aanwezigen ervaring en geven elkaar advies uit eigen ervaring. Er is altijd minimaal één ervaringsdeskundige (ED) van Samen Veerkrachtig aanwezig bij een Koffietafel.

  • Voor verschillende doelgroepen bestaan er verschillende patiënten- en lotgenotenverenigingen. Het kan prettig zijn om te praten met mensen die eenzelfde ziekte of beperking hebben. De meeste zijn via internet gemakkelijk te vinden. Zoek bijvoorbeeld op patientenvereniging.startpagina.nl de naam van je ziekte of beperking.

Werk

Als je plotseling ziek thuis komt te zitten, staat je leven op z’n kop. Er komen allerlei vragen en problemen op je af, zoals:

Als je arbeidsongeschikt wordt, kun je soms nog wel voor een deel werken. UWV kan bepalen dat je naast je uitkering nog werk kan doen. Dat betekent dat je dus ook nog zelf loon kan verdienen. Daarbij kun je denken aan een aangepaste versie van je eigen werk, ander werk binnen je bedrijf of een baan ergens anders.

De berekening

Hoe arbeidsongeschikt je bent drukt UWV uit in procenten. Maar hoe berekent UWV dat arbeidsongeschiktheidspercentage?

Het UWV hanteert een formule. Deze formule is:

 (maatmanloon – restverdiencapaciteit) / maatmanloon * 100% = arbeidsongeschiktheidspercentage

Het maatmanloon is het loon wat je verdiende op de laatste dag voordat je ziek werd. De restverdiencapaciteit is het bedrag waarvan de arbeidsdeskundige van het UWV heeft beoordeeld dat je dat nog kunt verdienen (in andere functies).

Oftewel: je berekent eerst het bedrag wat je volgens het UWV niet meer kunt verdienen: het maatmanloon min je restverdiencapaciteit. Dit bedrag deel je door je oude loon, maal 100%. De uitkomst van deze berekening is het arbeidsongeschiktheidspercentage.

Tips

  • UWV bekijkt eerst wat je zou verdienen als je nog gezond zou zijn. Daarvoor kijkt UWV naar je baan voordat je ziek werd. UWV bepaalt daaruit het “maatmanloon”. Het maatmanloon is het loon dat hoort bij de baan die je had.
  • Daarna kijkt een verzekeringsarts van UWV wat je wel en niet meer kan. Daarvoor gebruikt die Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op deze lijst staan zes groepen functies zoals “verdelen van de aandacht”, “samenwerken” en “hand- en vingergebruik”. Het gaat dus om zowel lichamelijke als geestelijke functies. De verzekeringsarts kijkt bij elke functie hoe goed je dit nog kan.
  • In de volgende stap kijkt de arbeidsdeskundige met de FML welke banen passen bij de wat je nog kan doen. Ook kijkt die naar je werkervaring en opleiding. De arbeidsdeskundige kiest zo drie banen en kijkt wat je daarmee kan verdienen.
  • Dan bepaalt de arbeidsdeskundige je restverdiencapaciteit. Dat is wat je gemiddeld kan verdienen met de de middelste van de drie banen die de arbeidsdeskundige heeft bepaald. In veel gevallen betekent is dit minder dan wat je eerder verdiende. Daarom heet dit je restverdiencapaciteit.
  • Tenslotte berekent UWV uit je maatmanloon en je restverdiencapaciteit voor hoeveel procent je arbeidsongeschikt bent. Daarvoor trekt het UWV je restverdiencapaciteit af van je maatmanloon. Het bedrag wat daaruit komt deel je dan weer door het maatmanloon: (maatmanloon – restverdiencapaciteit) / maatmanloon = arbeidsongeschiktheidspercentage.

Welk deel van je uren je minder kan werken is niet je arbeidsongeschiktheidspercentage! UWV gaat uit van hoeveel loon minder je kan verdienen door je beperking. Dat bepaalt wat je uitkering moet compenseren.

Je arbeidsongeschiktheidspercentage kan in drie categorieën vallen:

  • Minder dan 35%: Als je voor minder dan 35% arbeidsongeschikt bent, dan krijg je van UWV geen uitkering. Zij gaan ervan uit dat je zelf een passende baan met voldoende inkomen kan vinden.
  • 35 t/m 80%: Als je tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt bent, dan verwacht UWV dat je nog kan werken of in de toekomst weer kan werken. Daarom krijg je de WIA-uitkering, die valt onder de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)-uitkeringen.
  • Meer dan 80%: Als je voor meer dan 80% arbeidsongeschikt bent, dan noemen we dat ook wel ‘volledig arbeidsongeschikt’. In dat geval krijg je een WGA-uitkering als UWV verwacht dat je wel weer kan werken in de toekomst. Als UWV verwacht dat je niet meer kan werken, kun je een IVA-uitkering aanvragen.
  • De oproep om op een afspraak met het UWV te komen is bijna altijd verplicht, dus zorg ervoor dat je er bent.

Het UWV nodigt je per brief uit voor de WIA-keuring. Hoe bereid je je hierop voor?

Na twee jaar ziekte en re-integratie inspanningen kan het zijn dat het nog niet (helemaal) is gelukt om je eigen of ander werk op het oude niveau te hervatten.

Verdien je minder dan op jouw eerste ziektedag, dan kun je een WIA-uitkering aanvragen. Je vraagt deze vanaf de 88e ziekteweek tot uiterlijk de 93e ziekteweek aan bij het UWV.

Na je aanvraag word je door het UWV opgeroepen voor een beoordeling (voorheen heette dit de ‘keuring’, maar tegenwoordig is ‘beoordeling’ de gangbare term). Het UWV beoordeeld dan of je nog kunt werken, wat je daarmee kunt verdienen en of je in aanmerking komt voor een uitkering.

Een belangrijk moment dus.

Wat gebeurt er tijdens het eerste gesprek met de verzekeringsarts van het UWV?

Als je een afspraak hebt met de verzekeringsarts, zal er een gesprek plaatsvinden. Tijdens dit gesprek vraagt de verzekeringsarts naar jouw situatie. Vaak blijft het bij een gesprek, maar soms doet de verzekeringsarts ook een lichamelijk onderzoek.

De verzekeringsarts heeft, voorafgaand aan het gesprek, informatie van jou ontvangen of opgevraagd bij bijvoorbeeld artsen, specialisten en de huisarts. Dit geeft een beeld van jouw medische situatie.

Tip: vertel alles

Onze tip is om tijdens het gesprek alles te vertellen wat voor de verzekeringsarts belangrijk is om te weten.

Als je iets niet vertelt, kan de verzekeringsarts het namelijk niet meenemen in de beslissing. Dat kan invloed hebben op jouw uiteindelijke WIA-uitkering.

Neem, als het kaniemand mee naar het gesprek, zoals je partner of een vriend(in). Iemand die jouw situatie kent kan meedenken, kan je helpen uitleggen hoe je dagen eruit zien en kan met voorbeelden beschrijven hoe je functioneert.

Ook kan die persoon je helpen om te onthouden wat de verzekeringsarts allemaal heeft gezegd. Je kunt het gesprek bovendien samen nabespreken.

Je mag het gesprek bij het UWV ook opnemen. Geef dit dan wel even van tevoren aan. Een opname kan je ook weer helpen om terug te kunnen halen wat er gezegd is. Het verslag wat je krijgt, kun je naast je opname leggen. Zo kun je kijken of het klopt.

 

Wat moet ik meenemen en opvragen?

Het is verstandig om van tevoren alle informatie over jouw ziektebeeld te verzamelen. Denk daarbij aan documenten die je bijvoorbeeld van artsen of specialisten hebt ontvangen. Als je die niet hebt, vraag of jouw behandelend arts of specialist om op te schrijven wat er precies aan de hand is.

Je kunt ook aan de verzekeringsarts vragen of die contact wil opnemen met je eigen arts voor meer informatie. Bijvoorbeeld als je onderzoek nog loopt, of je het zelf lastig vindt om je ziekte of beperking goed uit te leggen.

Denk ook aan een overzicht van medicatie die je gebruikt. Je kunt de medicijnen misschien meenemen of aan de apotheek vragen om een overzicht te printen van de medicatie je krijgt.

Hoe beoordeelt de verzekeringsarts?

Het UWV kijkt bij een WIA-beoordeling naar jouw arbeidsmogelijkheden. Het gesprek gaat dus niet alleen over je medische situatie, maar ook over de mogelijkheden die je nog hebt. Verwacht dus vragen over wat je wel en niet kan in een werksituatie en geef daarop eerlijk antwoord.

Voordat het gesprek plaatsvindt kun je alvast nadenken over wat je wel en niet kan. Bijvoorbeeld:

  • Wat kan je op een dag?
  • Hoe ziet een goede dag eruit?
  • Hoe ziet een slechte dag eruit?
  • Hoe wisselen goede en slechte dagen elkaar af?

Misschien heb je in de afgelopen twee jaar geprobeerd te re-integreren en kun je aan de hand van deze ervaring uitleggen wat wel en niet lukt.

Wat helpt, is om van tevoren al punten op te schrijven. Bijvoorbeeld hoe jou dagindeling is, wat het verschil is op een goede en een slechte dag en wat je wel en niet kan.

Het voordeel van een goede voorbereiding is dat je niet onverwacht een ander antwoord geeft dan je had willen geven.

Vertel hoe het echt met je gaat

Sommige mensen doen zich tijdens het beoordelingsgesprek sterker voor dan ze zijn, bijvoorbeeld door te zeggen dat het goed gaat, terwijl dit eigenlijk niet zo is.

Toch is het belangrijk dat je vertelt hoe het echt met je gaat.

Als je je namelijk groot probeert te houden – en je beter voordoet dat de situatie in werkelijkheid is -dan krijgt de verzekeringsarts geen reëel beeld van jouw situatie. En dat kan invloed hebben op jouw WIA-beoordeling en een eventuele WIA-uitkering.

Dit doet de verzekeringsarts na afloop van het gesprek

 De verzekeringsarts schrijft aan de hand van het gesprek een rapport.

Beoordeelt de verzekeringsarts dat je medisch gezien nog (gedeeltelijk) kunt werken? Dan stelt hij een rapport op met een Functionele Mogelijkhedenlijst, in de praktijk vaak afgekort tot FML.

De FML is een lijst met standaardpunten, waarin staat wat je nog wél in eventueel werk kunt doen.

Je krijgt een vervolggesprek met een arbeidsdeskundige van het UWV.

Beoordeelt de verzekeringsarts dat je medisch gezien niet meer in staat bent om werk te verrichten? Dan volgt er geen gesprek met een arbeidsdeskundige.

Je kunt de FML- van tevoren online bekijken, zodat je weet waarop het UWV je beoordeelt. Dat kan je ook helpen om te bedenken wat je gaat zeggen in het gesprek.

Het vervolggesprek met een arbeidsdeskundige

De arbeidsdeskundige kijkt naar de mogelijkheden voor passend werk en wat je daarmee zou kunnen verdienen.

Daarbij wordt gekeken naar de FML, zoals de verzekeringsarts heeft opgesteld. Hierin staat precies welke mogelijkheden en beperkingen je hebt en waar dus rekening mee gehouden moet worden in een nieuwe functie.

De arbeidsdeskundige kijkt natuurlijk ook naar jouw achtergrond. Welke functie deed je, welke opleiding(-en) heb je gevolgd en welke ervaring heb je? Wat zou je met jouw achtergrond in de huidige arbeidsmarkt kunnen doen en welk inkomen past daarbij? Misschien kun je met bijscholing of omscholing wel een ander beroep gaan uitoefenen wat past bij jouw huidige situatie.

Het UWV kijkt dus naar jouw mogelijkheden

Het UWV bekijkt bij de WIA-beoordeling of je weer kunt werken en hoeveel je daarmee kunt verdienen (ongeacht welk werk je deed).

Ze kijken naar de mogelijkheden voor werk wat past bij jouw beperkingen en mogelijkheden. Het kan dus best zijn dat het UWV aangeeft dat je bepaalde kantoorfuncties wel kunt doen, terwijl je hiervoor helemaal geen kantoorbaan had.

De beoordeling bepaalt dus of je wel of geen WIA-uitkering krijgt.

  • Kun je volgens het UWV in ander werk 65 procent of meer van je oude loon verdienen? Dan zal je geen WIA-uitkering krijgen.
  • Kun je volgens het UWV in jouw situatie minder dan 65 procent van je oude loon verdienen? Dan kom je mogelijk wel in aanmerking voor een WIA-uitkering.

Welke uitkeringen er zijn leggen we in deze hulpwijzer uit.

 

Het verslag van de keuring mag je inzien

De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige maken een verslag dat in je persoonlijke dossier gaat. Vraag na afloop gerust of je het verslag en je dossier mag inzien. Daar heb je altijd recht op.

Wie kan mij helpen?

  • Een vriend of familielid neem je mee als ondersteuning tijdens het gesprek.
  • Een expert kan je helpen om bezwaar aan te tekenen als je het niet eens bent met de beslissing. Dat kan zijn via een verzekering, vakvereniging of een partij als De Expertisebalie.
  • Op ons forum zitten veel mensen in dezelfde situatie zoals jij, waaronder mensen die het gesprek al hebben gehad. Stel ze gerust jouw vragen.

Je gaat op zoek naar passend werk bij een andere werkgever en zoekt een functie die past bij jouw beperking. Maar hoe doe je dat?

Het kan best lastig zijn om na lange tijd weer op zoek te gaan naar een baan, zeker als je op zoek gaat in een andere branche of functie dan je gewend bent. Je vraagt je misschien af; wat zou ik kunnen doen? Welke functies passen nu bij mij? Kan een nieuwe werkgever rekening houden met mijn beperking? Waar moet ik beginnen? We helpen je met praktische tips.

Wat is passende arbeid?

Als je gaat re-integreren, dan ga je op zoek naar passend werk, dus werk wat past bij jouw mogelijkheden en beperkingen. Maar wat is precies passend? Dit verschilt per situatie.

Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben bij een WIA/WAO-beoordeling rapporten geschreven. Daarin staat beschreven welke beperkingen en mogelijkheden zij zien ten aanzien van passende arbeid.

De arbeidsdeskundige stelt in het rapport ook een aantal mogelijke functies. Dat zijn opties, maar wellicht is er nog veel meer mogelijk.

Rondvragen loont

Een beetje hulp is daarbij nooit verkeerd. Je kunt natuurlijk altijd beginnen in je omgeving en vragen naar mogelijk werk. Via mensen die jou en misschien jouw situatie kennen, is het vaak makkelijker om ergens binnen te komen.

Wie helpt mij te re-integreren?

Als je een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt en je hebt mogelijkheid om (gedeeltelijk) te werken, dan word je daarin begeleid. Wie dit doet, hangt af van of jouw ex-werkgever eigenrisicodrager voor de WGA is.

Twee opties:

  • Jouw ex-werkgever is wel eigenrisicodrager voor de WGA: de ex-werkgever heeft tien jaar de verplichting om je te ondersteunen bij de re-integratie, zolang je een WGA-uitkering krijgt.
  • Jouw ex-werkgever is geen eigenrisicodrager voor de WGA: het UWV begeleidt je naar nieuw werk.
Re-integratiecoach

Of het nu de ex-werkgever of het UWV is, beiden kunnen jou helpen. Bijvoorbeeld door een re-integratiecoach in te schakelen, die jou begeleid in de zoektocht naar passend werk.

Een re-integratiecoach helpt je om belangrijke stappen te nemen, van een beroepsoriëntatie tot aan de uiteindelijke sollicitatiegesprekken. Of door je te ondersteunen bij scholing, waardoor bijvoorbeeld andere functies mogelijk worden.

Meestal start je met een kennismakingsgesprek en met het bespreken van jouw ervaring, opleiding, wensen en mogelijkheden. Soms is het heel helder in welke richting je werk zoekt. In zo’n situatie begin je direct met het vinden van passende vacatures en met het verbeteren van jouw sollicitatievaardigheden.

In andere gevallen is het nog een zoektocht en zal er eerst aandacht worden besteed aan het vinden van de juiste richting. Misschien moet je je wel omscholen? Of kun je een keer meewerken om ervaring op te doen in een branche of functie? Vaak heeft een coach een netwerk aan contacten die daarbij kunnen helpen.

Als je met een re-integratiecoach aan de slag gaat, dan kan het zinvol zijn om hem of haar het rapport van de arbeidsdeskundige te laten lezen. Daarin staat meestal vrij helder omschreven welke beperkingen er zijn en welke mogelijkheden er zijn ten aanzien van passend werk. Dat geeft de coach vaak direct een goed beeld van de richting waarin jullie kunnen zoeken.

Maak gebruik van de jobcoach

En als je nieuw werk krijgt? Dan biedt het UWV de mogelijkheid om een jobcoach in te schakelen. De jobcoach kan ook een interne jobcoach zijn bij een bedrijf.

Een jobcoach begeleidt je op de werkvloer. De jobcoach kan jouw aanspreekpunt zijn bij jouw nieuwe werkgever, die jou bijvoorbeeld helpt met inwerken of je helpt om je werk zo in te richten dat het past bij je situatie.

Proefplaatsing

Als je werk gevonden denkt te hebben wat passend is, dan kun je dit eerst twee maanden op basis van een proefplaatsing gaan doen.

Bij een proefplaatsing kom je nog niet gelijk in dienst: je behoudt de uitkering en ontvangt nog geen salaris. Zo kunnen zowel jij als de werkgever bekijken of de functie en het aantal uren inderdaad past bij jou. Als blijkt dat het werk past bij jouw beperking, dan wordt de proefplaatsing na twee maanden omgezet in een contract van minimaal zes maanden.

Als toch blijkt dat het niet helemaal past, dan kunnen jullie de functie of de uren misschien wel aanpassen voordat het contract in gaat. En als het echt niet passend blijkt? Dan kun je stoppen zonder dat het consequenties heeft voor jouw uitkering.

Hulpmiddelen en aanpassingen aan de werkplek

Als jij hulpmiddelen nodig hebt om te kunnen werken, of als er aanpassingen nodig zijn aan de werkplek waar je gaat werken, dan kan het UWV ondersteunen. Het UWV kan allerlei voorzieningen vergoeden, waardoor jij weer aan het werk kan.

Hierbij maakt het UWV onderscheid tussen meeneembare hulpmiddelen en niet-meeneembare aanpassingen. Meeneembare hulpmiddelen (zoals een aangepaste stoel) kun je zelf aanvragen bij het UWV. De niet-meeneembare aanpassingen (zoals een rolstoeltoegankelijke entree of een aangepast toilet) kan de werkgever aanvragen.

Je bent niet de eerste, ook niet de enige

Re-integreren met een arbeidsbeperking kan voelen als een hele grote uitdaging. Op zulke momenten helpt het om ervaringen uit te wisselen met anderen: mensen die hetzelfde hebben meegemaakt als jij.

Daarom zijn wij ons forum begonnen, waar mensen zoals jij in contact kunnen komen met ervaringsdeskundigen (die in dezelfde situatie zitten of hebben gezeten). Op ons forum kun je vragen stellen, ervaringen uitwisselen en op die manier ontdekken dat je er niet alleen voor staat.

Hoe weet je of je werkgever eigenrisicodrager is? En wat betekent dat precies?

Tijdens het grootste deel van je dienstverband sta je er niet bij stil of je werkgever wel of geen eigenrisicodrager is voor de ziektewet of voor de Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsongeschikten (WGA). Immers: je bent gezond, aan het werk en denkt niet na over arbeidsongeschiktheid.

Hoe weet je of je werkgever eigenrisicodrager is? En wat betekent dat precies?

Tijdens het grootste deel van je dienstverband sta je er niet bij stil of je werkgever wel of geen eigenrisicodrager is voor de ziektewet of voor de Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsongeschikten (WGA). Immers: je bent gezond, aan het werk en denkt niet na over arbeidsongeschiktheid.

Wat is een eigenrisicodrager?

Iedere werkgever in Nederland is verantwoordelijk voor zijn werknemers, ook wanneer een werknemer (langdurig) ziek is.

Als jouw werkgever eigenrisicodrager is, dan geldt deze verantwoordelijkheid niet alleen wanneer je in dienst bent, maar ook daarna.

Als het contract van een zieke werknemer eindigt binnen twee jaar ziekte, dan kom je mogelijk in aanmerking voor de ziektewet. De ziektewet wordt uitgekeerd door het UWV en de werkgever en de werknemer betalen betaalt hier een premie voor. Dat gebeurt ook wanneer je na twee jaar ziekte een WGA-uitkering krijgt. Het UWV betaalt de WGA-uitkering en de werkgever betaalt daarvoor een premie.

Werkgevers kunnen ervoor kiezen om zélf de kosten van deze uitkeringen te dragen en daarmee ook de re-integratieverplichting op zich te nemen. Dat noem je eigenrisicodrager. Het UWV laat deze taken dan aan de werkgever over.

De werkgever verzekert zich veelal privaat bij een verzekeraar. De verzekeraar neemt de verantwoordelijkheden dan over van de werkgever, zoals de betaling van de uitkering en de re-integratieverplichting.

Eigenrisicodrager voor de ziektewet of de WIA

Er zijn twee situaties waarin je te maken kunt krijgen met eigenrisicodrager van jouw werkgever;

  1. Als je in de ziektewet komt (bijvoorbeeld omdat jouw jaarcontract van rechtswege eindigt) en jouw (ex-)werkgever is eigenrisicodrager voor de ziektewet.
  2. Als je in de WIA voor 35% tot 100% arbeidsongeschikt wordt beoordeeld (WGA 35-80 of WGA 80-100) en jouw (ex-) werkgever is eigenrisicodrager voor de WGA.
Hoe kom je erachter of jouw werkgever eigenrisicodrager is?

Je kunt het natuurlijk gewoon aan je werkgever vragen of hij eigenrisicodrager is. Op je loonstrook staat precies ook waar je premie voor betaald. Of je wacht af totdat je een brief krijgt van het UWV. Daarin zal onder andere gecommuniceerd worden hoe de re-integratiebegeleiding en betaling van de uitkering nu verder gaat.

Bij de ziektewet zal de werkgever jou rechtstreeks een ziektewetuitkering betalen. Bij de WIA ontvang je van het UWV de uitkering en worden de kosten doorberekend aan jouw (ex-)werkgever.

Wat betekent het eigenrisicodrager van mijn werkgever nou precies voor mij?

Werkgevers die eigenrisicodrager zijn, blijven betrokken bij jouw situatie zolang je arbeidsongeschikt bent, ook nadat je uit dienst bent. Jouw voormalige werkgever kan na de WIA-beoordeling namelijk nog tien jaar lang de rekening betalen. Ook als de werkgever geen eigenrisicodrager is.

Een gevolg is dat je werkgever ook na je dienstverband informatie ontvangt over bijvoorbeeld gewijzigde arbeidsongeschiktheid.

Dit is nodig voor de uitkering die door de werkgever wordt betaald en de begeleiding die de werkgever moet bieden bij re-integratie. De werkgever kan ook bezwaar aantekenen tegen beschikkingen en verzoeken om een herbeoordeling van jouw situatie.

Als je langdurig ziek bent merk je in eerste instantie  misschien weinig van het eigenrisicodragerschap. Je bent tenslotte nog in dienst bij je werkgever en deze betaalt jouw loon door. Wanneer je twee jaar ziek bent en wordt beoordeeld voor de WIA dan kan je er mee te maken krijgen. Is jouw werkgever eigenrisicodrager voor de ziektewet? Dan zal de uitkering via de werkgever worden betaald. Je staat alleen niet meer op contract bij je werkgever.

Wat zijn de verschillen bij eigenrisicodrager voor de ziektewet en de WGA?

Bij de ziektewet wordt de Wet Verbetering Poortwachter verder uitgevoerd, vanaf het punt waar de werkgever was gebleven bij de uitdiensttreding.

Als eigenrisicodrager blijft de werkgever dus verantwoordelijk voor het opvolgen van dit traject en jouw re-integratie. Het kan zijn dat de werkgever zich privaat heeft verzekerd. Dan neemt de verzekeraar deze taak op zich en neemt deze contact met jou op.

Als de werkgever geen eigenrisicodrager is voor de ziektewet, dan ligt de verantwoordelijkheid bij het UWV en nemen zij het traject over.

Bij de WGA is er nog steeds een re-integratieverplichting, maar geen vastgesteld proces zoals de Wet Verbetering Poortwachter omschrijft.

Als jouw (ex-)werkgever eigenrisicodrager is voor de WGA, dan is hij daar vaak voor verzekerd. De aanpak hangt daarmee niet alleen af van jouw persoonlijke situatie en mogelijkheden, maar ook van de werkwijze die de verzekeraar hanteert.

Hoe zij bijvoorbeeld omgaan met jouw re-integratie of begeleiding, kan per verzekeraar verschillen.

De aanpak van verzekeraars in de praktijk

Een voorbeeld. Je hebt een WGA 35-80 uitkering en bent dus gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Je hebt nog geen passend werk gevonden. De verzekeraar kan dan bepaalde interventies inzetten om jou te begeleiden naar passend werk, bijvoorbeeld door een coach in te zetten.

De re-integratieverplichting blijft voor beiden bestaan, dus er wordt van jou verwacht dat je hieraan meewerkt.

Onze tip is om altijd, in alle redelijkheid, mee te werken met de re-integratie, omdat een re-integratieplicht hebt. Werk je niet mee? Dan kunnen er sancties opgelegd worden.

Een ander voorbeeld

Nog een voorbeeld. Je hebt een WGA 80-100 omdat het UWV je volledig en niet duurzaam arbeidsongeschikt heeft beoordeeld.

De verzekeraar kan samen met jou onderzoeken of dit passend is in jouw situatie. Zijn er weer mogelijkheden om (gedeeltelijk) te werken? Of is er na behandelingen toch geen uitzicht meer op verbetering?

Dan bestaat de kans dat de verzekeraar, in opdracht van de werkgever, een herbeoordeling aanvraagt. Of dat de verzekeraar namens de werkgever in beroep gaat tegen jouw WIA-beoordeling.

Dat gezegd hebbende: de werkwijze rondom re-integratie verschilt dus per verzekeraar en zal ook per situatie verschillend uitpakken.

Als je een WIA-uitkering krijgt, dan kun je te maken krijgen met een herbeoordeling. Voorheen noemde men dat een herkeuring. Een herbeoordeling kan op verzoek van drie belanghebbende worden aangevraagd:

  • Jijzelf
  • UWV
  • Jouw (ex-)werkgever of verzekeraar van de (ex-)werkgever

Ontvang je een WIA-uitkering en verbetert of verslechtert jouw gezondheidssituatie? Dan kun je zelf een verandering in je gezondheid doorgeven. Ook jouw ex-werkgever, als die eigenrisicodrager is en daardoor nog maximaal tien jaar de rekening krijgt van jouw WIA-uitkering, kan ook een herbeoordeling aanvragen. Het UWV kan ook verzoeken om de situatie opnieuw te beoordelen en onderzoeken of jouw uitkering nog passend is bij de huidige situatie.

Jouw gezondheidssituatie in relatie tot werk

In alle gevallen zal het UWV jouw gezondheidssituatie in relatie tot werk opnieuw beoordelen met behulp van een verzekeringsarts en (indien nodig) een arbeidsdeskundige.

Het UWV gaat daarna opnieuw jouw arbeidsongeschiktheidspercentage berekenen.

Bij volledige arbeidsongeschiktheid zal ook worden bekeken of jouw situatie duurzaam is in verband met een eventuele IVA-uitkering. Een IVA-uitkering is voor mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn en waarbij er in de komende jaren geen of een zeer geringe kans op verbetering is.

Schriftelijk uitsluitsel over beslissing UWV

Na de herbeoordeling geeft het UWV binnen 8 weken schriftelijk uitsluitsel over de genomen beslissing.

In de brief van het UWV over de herbeoordeling staat de exacte datum waarop zij uiterlijk een reactie geven. Deze beslissing kan een wijziging in het arbeidsongeschiktheidspercentage betekenen en dat kan invloed hebben op jouw uitkering.

Heeft het UWV niet binnen de gestelde termijn gereageerd en ook geen brief gestuurd dat ze langer de tijd nodig hebben? Dan kun je mogelijk een melding ’te late beslissing’ indienen bij UWV.

Ben je het niet eens met de beslissing? Dan heb je 6 weken de tijd om een bezwaar in te dienen.

Bezwaar maak je op medische gronden of op arbeidsdeskundige gronden. Het is ook mogelijk om binnen zes weken een voorlopig bezwaar te maken, zonder de gronden specifiek te benoemen.

Dit doe je als je langere tijd nodig om jouw definitieve bezwaar met de juiste documenten en onderbouwing in te dienen. Bijvoorbeeld omdat je nog wacht op informatie van een specialist. Je hebt dan binnen de gestelde termijn kenbaar gemaakt dat je het niet eens bent met de beslissing en je geeft jezelf iets meer tijd om zaken goed uit te zoeken en het bezwaar te onderbouwen.

WAO: arbeidsongeschiktheid voor 2004

De WIA volgde in 2004 de WAO op. Wie nu nog een WAO-uitkering heeft, kan ook worden opgeroepen voor een herbeoordeling voor de WAO.

Wie kan mij helpen?

  • Een vriend of familielid neem je mee als ondersteuning tijdens het gesprek.
  • Een expert kan je helpen om bezwaar aan te tekenen als je het niet eens bent met de beslissing. Dat kan zijn via een verzekering, vakvereniging of een partij als De Expertisebalie.
  • Op ons forum zitten veel mensen in dezelfde situatie zoals jij, waaronder mensen die het gesprek al hebben gehad. Stel ze gerust jouw vragen.
Als je gaat re-integreren, hoef je dat niet alleen te doen. Wettelijk is bepaald dat werkgever en werknemer samen verantwoordelijk zijn voor de re-integratie. Het is uiteindelijk in ieders belang dat je zo snel mogelijk weer je (eigen) werk kunt hervatten.

De Wet Verbetering Poortwachter

Allereerst zijn jullie verplicht om de Wet Verbetering Poortwachter op te volgen. Daarin staat precies beschreven welke stappen jullie moeten zetten. Dit moet de re-integratie bevorderen. Hoe dat precies gaat vind je in deze hulpwijzer.

In de meeste gevallen zal de werkgever op de hoogte zijn van deze wet en de stappen samen met jou doorlopen. Alle HR-afdelingen en afdelingen Personeelszaken zullen zich bewust zijn van de verplichtingen die gelden voor werknemer en werkgever. Vaak is er een verzuimbeleid waarin het proces wordt beschreven.

Werkgevers kunnen bovendien afspraken maken met een arbodienst. Een arbodienst neemt de verantwoordelijkheid van de werkgever over en zorgt vaak voor een casemanager die het traject begeleidt en bewaakt.

In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een kleine werkgever met een paar personeelsleden, is men zich misschien niet bewust van deze wet en de verplichtingen. Vraag hier gerust naar als je denkt dat de Wet Verbetering Poortwachter niet wordt opgevolgd.

Uiteindelijk is de werkgever er ook bij gebaat: niet alleen om jou zo snel mogelijk aan het werk te krijgen, maar hij riskeert ook een loonsanctie als het UWV concludeert dat er onvoldoende is gewerkt aan de re-integratie.

Welke verplichtingen hebben werkgever en werknemer?

Er wordt van zowel werknemer als werkgever verwacht dat ieder een actieve bijdrage levert aan de re-integratie. Je bent daar beiden tot verplicht. Maak je afspraken? Kom ze na. Moet er een plan van aanpak komen? Zorg er voor dat jullie daarover hebben gesproken en dat het is vastgelegd. Heb je een afspraak bij de bedrijfsarts? Dan ben je er. En als het echt een keer niet mogelijk is om erbij te zijn, zorg er dan voor dat je de afspraak verplaatst.

Heeft jouw werkgever een cursus voor je geregeld waarmee je je kunt omscholen? Dan ben je erbij. En is er binnen het bedrijf een andere functie die past bij jouw situatie? Dan zal de werkgever eerst met jou de mogelijkheden moeten bekijken. Interne medewerkers gaan in dat geval voor bij de sollicitaties.

Aanpassingen aan de werkplek

Misschien zijn er aanpassingen nodig om een werkplek passend voor je te maken. Dan moet de werkgever ervoor zorgen dat er aanpassingen komen.

Je kunt ook zelf bij je zorgverzekering vragen of je bepaalde hulpmiddelen vergoed krijgt. Het UWV heeft ook budget voor voorzieningen.  Je kunt samen met je werkgever informeren naar de mogelijkheden.

Werkgever en werknemer zijn het niet eens over de re-integratie

Het kan zijn, dat je het oneens bent met je werkgever of arbodienst. Het kan bijvoorbeeld zijn dat zij passend werk voor je hebben, terwijl jij denkt dat het niet passend is bij jouw situatie.

Ons advies: maak het bespreekbaar. Leg uit waarom je denkt dat het niet passend is en wat dan wel passend zou zijn. Je kunt eventueel een vakbond betrekken als dat nodig is.

Als het echt hoog oploopt en je komt er niet met elkaar uit, dan kun je een deskundigenoordeel aanvragen bij UWV.

Het deskundigenoordeel is, zoals het woord al zegt, een oordeel en geen advies. Het UWV oordeelt over deze punten:

  • Kun je je eigen werk weer volledig doen?
  • Is er door beiden genoeg gedaan aan de re-integratie?
  • Is het werk dat je wilt of moet gaan doen passend?
  • Kunnen jullie de beperking verminderen als jouw werk wordt aangepast?
  • Kan er een andere functie passend worden door bijvoorbeeld training of (bij-)scholing?
Wat gebeurt er met mijn re-integratie als mijn tijdelijke contract eindigt?

Heb je een tijdelijk contract die van rechtswege eindigt terwijl je ziek bent? Dan kom je in de Ziektewet en neemt het UWV de taak van de werkgever over (tenzij jouw werkgever eigen risicodrager is voor de Ziektewet. Dan blijft de werkgever zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wet én de betaling van de ziektewet).

In alle gevallen wordt de Wet Verbetering Poortwachter gewoon voortgezet.

Alles wat je moet weten als je loondoorbetaling bij ziekte wordt omgezet in een slapend dienstverband.

Na 104 weken ziekte bij een werkgever, stopt in principe de loondoorbetalingsverplichting. Ook als jij nog niet in staat bent om je beter te melden. Sommige werkgevers kiezen ervoor om het dienstverband ‘slapend’ te houden. Dit betekent dat je formeel in dienst blijft omdat de arbeidsovereenkomst blijft bestaan, maar dat je geen loon meer ontvangt.

Waarom zou een werkgever dit doen? Daar zijn meerdere antwoorden op te geven.

Sommige werkgevers houden het dienstverband slapend om zo te voorkomen dat ze je een transitievergoeding moeten betalen.

Andere werkgevers houden een dienstverband in stand om je de kans te geven om later, als je gedeeltelijk of geheel bent hersteld, weer terug te komen in het bedrijf. Is je belastbaarheid toegenomen? Dan kun je dit melden bij je werkgever en samen kijken naar de volgende stap.

De keuze voor het wel of niet slapend houden van een dienstverband ligt bij de werkgever. In de praktijk blijkt het niet mogelijk om een werkgever te dwingen om een slapend dienstverband te beëindigen.

Welke rechten en opties heb je? We leggen het uit.

Snel naar:

Wat is een slapend dienstverband?

Tijdens een slapend dienstverband blijft het arbeidscontract in stand, ondanks de ziekte van de medewerker. De medewerker blijft in dienst en blijft als personeelslid meetellen.

De werkgever is de eerste 104 weken van jouw ziekte verplicht om (een gedeelte) van jouw loon door te betalen. Daarna stopt die verplichting en kan het dus zijn dat je een arbeidsovereenkomst hebt, zonder dat je werkt en zonder dat er loon wordt betaald.

Reserveringen blijven gewoon staan en je kunt in overleg (op een later moment) vakantiedagen opnemen of vakantiegeld laten uitbetalen. De werkgever is niet verplicht om alle reservering uit te betalen (zoals met een eindafrekening bij het einde van een dienstverband wordt gedaan). Je blijft immers formeel in dienst.

Een slapend dienstverband is niet verboden

Belangrijk om te weten, is dat een slapend dienstverband niet is verboden.

Door de jaren heen zijn er op dit vlak meerdere rechtszaken gevoerd, en verschillende rechters bleken het met elkaar eens: een werkgever handelt niet onrechtmatig als hij iemand in dienst houdt. Zelfs niet als dit aantoonbaar gebeurt om de transitievergoeding niet te hoeven bepalen.

Verschillende rechters oordeelden dat een bedrijf niet verplicht kan worden om iemand te ontslaan, zelfs niet als de achterliggende reden tegen het belang van de werknemer ingaat.

Een slapend dienstverband heeft ook voordelen. Het belangrijkste voordeel: je hebt nog steeds een arbeidscontract, dus kun je weer terugkeren bij je werkgever wanneer je weer belastbaar bent voor werk.

Rechten werknemer tijdens een slapend dienstverband

Waar moet je rekening mee houden en waarop heb je recht tijdens een slapend dienstverband? En waarop niet?  We zetten op een rij wat je rechten en plichten zijn; en welke rechten komen te vervallen.

Je hebt geen recht op:

  • Geen recht op loon: Je hebt na 104 ziekteweken geen recht meer op loon, tenzij je je weer beter zou melden en hetzelfde, of ander passend werk, zou oppakken.
  • Geen nieuwe vakantiedagen: Je bouwt geen nieuwe vakantiedagen op via je werkgever. De vakantiedagen horen bij de loondoorbetalingsplicht, en die is inmiddels komen te vervallen. Via je uitkering bouw je natuurlijk wel vakantiedagen op.
  • Geen nieuwe opbouw vakantiegeld: Je bouwt geen nieuw vakantiegeld op. Het vakantiegeld is namelijk onderdeel van je loonbetaling; en die is stopgezet.
  • Geen uitbetaling van je verlofsaldo: Je verlofsaldo hoeft niet uitbetaald te worden, maar blijft in principe staan tot je verlof vervalt. Bij wettelijke vakantiedagen gebeurt dit op 1 juli van het jaar nadat de dagen zijn opgebouwd.

Je houdt je volgende plicht:

  • Wel re-integratieplicht: Je re-integratieplicht blijft bestaan. Dit schept een verplichting tussen jou en je werkgever of het UWV.

Je houdt de volgende rechten:

  • Transitievergoeding blijft oplopen: De uiteindelijke transitievergoeding wordt hoger omdat je aantal dienstjaren toeneemt.
  • Je kunt een betermelding doen: Neemt je belastbaarheid weer toe? Dan kun je je beter melden. Je werkgever is dan verplicht om je terug te laten keren in het bedrijf of ergens anders (extern).

Verder zijn er gevolgen voor je pensioensopbouw. Wat de gevolgen zijn, hangt af van bij wie je je pensioen opbouwt. Bij sommige pensioenfondsen wordt de pensioensopbouw premievrij voortgezet, bij andere fondsen stopt de opbouw. Jouw pensioenfonds kan jou dit vertellen.

Vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband

Iedere werknemer heeft het recht op wettelijke- en eventueel bovenwettelijke verlofuren. Deze bouw je op tijdens je dienstverband en kun je in overleg met je werkgever opnemen. Ga je uit dienst en heb je uren niet opgenomen? Dan wordt het gereserveerde bedrag uitbetaald bij de eindafrekening. Dit geldt bij iedere uitdiensttreding.

  • Wordt een zieke werknemer na 104 weken ontslagen? Dan wordt het restant uitbetaald.
  • Ga je met een vaststellingsovereenkomst uit dienst, dan kun je onderhandelen over je reserveringen (zoals het wel/niet opnemen of uitbetalen).
  • Behoud je een slapend dienstverband? Dan blijven de reserveringen voor verlof staan, want je gaat (nog) niet uit dienst. Je kunt dan in overleg met de werkgever deze uren nog opnemen (betaald verlof). Je bouwt alleen geen nieuwe verlofuren meer op, omdat er geen loon meer wordt betaald.

Vakantiedagen hebben een beperkte houdbaarheid. Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen na vijf jaar, tenzij je CAO of contract anders bepaalt. Wettelijke vakantiedagen van vorig jaar, vervallen op 1 juli van dit jaar.

Tijdens een slapend dienstverband kun je een uitkering krijgen

Je slapend dienstverband staat los van je recht op een uitkering. Voor het aflopen van de 104 weken loondoorbetaling, ontvang je een uitnodiging van de keuringsarts van UWV en volgt het reguliere WIA-proces.

Een slapend dienstverband beëindigen?

In sommige gevallen zou je het liefste willen dat jouw werkgever jouw contract beëindigt en de transitievergoeding uitbetaalt. Dat is begrijpelijk, maar in de praktijk niet iets wat je kunt afdwingen.

Op dit gebied zijn namelijk meerdere rechtszaken gevoerd. De rode draad: wettelijk gezien doet de werkgever niets verkeerd, dus ontslag is geen recht wat je af kunt dwingen.

Als je toch je contract wilt laten ontbinden, dan kun je in gesprek gaan met je werkgever. Het kan zinvol zijn om voorafgaande aan een gesprek (arbeid) juridisch advies te vragen, bijvoorbeeld bij je rechtsbijstandsverzekering

Wel adviseren we je altijd om te kijken naar de hoogte van een eventuele transitievergoeding. Is die wel de moeite waard om over in gesprek te gaan? Of is het misschien beter om nu alvast je volgende uitdaging te zoeken in een andere functie bij een andere werkgever?

Onze andere tip is om ook te kijken naar de voordelen van een slapend dienstverband. Misschien voelt het nu nog niet zo, maar er kan in de toekomst een moment komen waarop je je weer beter voelt en weer op zoek kunt gaan naar werk (in voltijd of in deeltijd, in je huidige functie of iets anders).

Het voordeel van een slapend dienstverband is namelijk dat je een betermelding kunt doen.  Je werkgever is verplicht om je weer je eigen (of een passende) functie te geven. Als dit niet mogelijk is, moet je werkgever je helpen bij het vinden van passend werk buiten de organisatie.

 

Slapende dienstverbanden in de toekomst

Het kabinet wil slapende dienstverbanden tegengaan en verandert de wet. Een voorstel hiervoor is op het moment van schrijven – januari 2019 – goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

De regering wil vanaf 2020 werkgevers, die een zieke werknemer ontslaan, compenseren in de transitievergoeding die zij moeten betalen bij ontslag vanwege langdurige ziekte.

Deze compensatie vraagt de werkgever aan bij het UWV en wordt vervolgens door de werkgever gebruikt voor het betalen van de transitievergoeding. Zo wordt het veelvoorkomende motief achter het slapend dienstverband – namelijk het betalen van de transitievergoeding bij ontslag vanwege langdurige ziekte – naar verwachting weggenomen.

Het idee is dat de slapende dienstverbanden zo op termijn af gaan nemen. Het is voorzien dat de regeling met terugwerkende kracht ingaat, waarmee veel slapende dienstverbanden zouden moeten verdwijnen.

Je hebt binnenkort een gesprek met het UWV over de WIA-beoordeling. Mag je iemand meenemen naar dat gesprek?

Het gesprek met de verzekeringsarts of arbeidsdeskundige is een belangrijk moment tijdens de WIA-beoordeling. De verzekeringsarts of arbeidsdeskundige bepaalt (mede) wat je arbeidsongeschiktheidspercentage wordt en of je een WIA-uitkering krijgt.

Dan is het wellicht fijn als je er niet alleen voor staat. En daarom is een veel gestelde vraag: mag ik iemand meenemen? Het antwoord is: ja, dit mag.

Waarom zou je iemand meenemen?

Iemand meenemen, dat voelt misschien prettiger. Een ander kan jou steunen en jouw verhaal aanvullen als dat nodig is.

Soms vergeet je wellicht om bepaalde zaken te benoemen of ben je zelf al gewend aan een beperking, zodat sommige bijzonderheden jou al niet meer opvallen (maar iemand anders wel).

Ook kunnen anderen aangeven hoe ze jouw gezondheidssituatie in het dagelijks leven ervaren.

Een ander onthoudt bovendien vaak andere dingen uit een gesprek en kan eventueel aantekeningen maken tijdens het gesprek, terwijl jij met de arts in gesprek bent. Je kunt het dan ook het gesprek nog eens rustig met elkaar nabespreken.

Kortom: twee weten meer dan één. Samen kunnen jullie na afloop kijken of alle gezondheidsklachten die benoemd zijn ook in het rapport van de verzekeringsarts zijn genoemd.

Wie mag je meenemen naar het UWV?

Dit mag je zelf weten. Denk bijvoorbeeld aan je partner, een vriend(in) of (als je het zakelijk bekijkt) misschien iemand van de vakbond of die inhoudelijk verstand van zaken heeft. Het UWV stelt hier geen eisen aan.

Wel vragen ze de begeleider om zich te legitimeren.

En mag je meerdere personen meenemen?

Een goede vraag op ons forum: mag je ook meerdere mensen meenemen naar een gesprek?

We hebben deze vraag gesteld aan het UWV en die geeft aan dat hier geen algemeen beleid voor is. Het UWV adviseert je om van tevoren even met het UWV te bellen, zodat bekeken kan worden wat het beleid is op de locatie waar jij je afspraak hebt staan.

En mag je het gesprek ook opnemen?

Het is toegestaan om het gesprek op te nemen, als je dit maar vooraf kenbaar maakt. Je mag het gesprek niet publiceren, dus de opname is voor eigen gebruik. Bovendien moeten alle aanwezigen akkoord zijn met de opname. Vraag dus vooraf of alle aanwezigen akkoord zijn met jouw opname.

Het voordeel van een gespreksopname is dat je het nog eens rustig kunt beluisteren. Mochten er in het rapport van de arts of arbeidsdeskundige uiteindelijk zaken ontbreken, dan kun je de opname mogelijk gebruiken voor eventueel bezwaar.

Wie mag ik meenemen naar het UWV?
  • Een vriend(in)
  • Je partner
  • Iemand van de vakbond
  • Een jurist

Ontvang je een Ziektewet-, WIA-, IVA- of WAO-uitkering? En doe je vrijwilligerswerk waar je geen (onkosten-) vergoeding voor krijgt? Dat kan. Voor het vrijwilligerswerk is geen toestemming nodig van het UWV.

Vrijwilligerswerk is een goede manier om weer een arbeidsritme op te pakken en werkervaring op te doen. Het kan ook een mooie invulling geven aan je dag en je ontmoet misschien nieuwe mensen.

Ook kun je ervaring opdoen in een compleet ander beroep dan je eerder deed, waardoor vrijwilligerswerk een mooie opstap kan zijn naar een nieuwe baan.

Geen toestemming nodig, wel een meldplicht

Het is belangrijk dat je aan het UWV doorgeeft dat je vrijwilligerswerk hebt, ook als je hier geen vergoeding voor krijgt.

Het doen van vrijwilligerswerk kan namelijk aangeven dat er weer (beperkte) mogelijkheden zijn in jouw situatie. Dat wil het UWV graag weten.

Het betekent uiteraard niet dat je direct opnieuw wordt beoordeeld door het UWV voor de WIA-uitkering.

Mag ik een (onkosten-)vergoeding ontvangen als ik een uitkering krijg?

De Belastingdienst stelt een grens per uur, maand en jaar aan de vrijwilligersvergoedingen die je vrij van inkomstenbelasting kunt ontvangen.

Kom je boven dit maximum? Dan moet je inkomstenbelasting betalen en gaat het meetellen als inkomsten, ook voor het UWV. Dit kan dus gevolgen hebben voor jouw uitkering. Let er ook op dat vergoedingen die je moet opgeven voor de inkomstenbelasting invloed kunnen hebben op eventuele toeslagen die je van de belastingdienst krijgt.

Wil je dus wel vrijwilligerswerk doen, zonder dat dit invloed heeft op jouw huidige financiële situatie? Dan kan je per uur/maand/jaar niet meer vergoeding ontvangen dan het maximum bedrag wat door de belastingdienst is vastgesteld.

De exacte bedragen voor vrijwilligerstoeslagen vind je op de website van de Belastingdienst.

Wat is vrijwilligerswerk volgens het UWV?

 Als vrijwilligerswerk beschouwt het UWV:

  • Werk waarvoor u niet betaald krijgt en waarvoor u ook geen betaling kunt verwachten. Je kunt hier wel een (onkosten)vergoeding voor krijgen.
  • Werk dat u doet voor een kerk, moskee of een maatschappelijke organisatie (zoals een sportvereniging of een bejaardentehuis).
Hoe vind ik vrijwilligerswerk?

Het internet biedt veel mogelijkheden. Zoek eens naar vrijwilligerswerk of maatjesprojecten bij jou in de buurt. Heb je een hobby of interesse waar je graag bij bezig bent? Zoek daar eens op.

Praat met mensen, bijvoorbeeld uit de buurt, en maak bekend dat je iets wilt doen. Vanuit je eigen sociale netwerk komen soms de mooiste initiatieven. Misschien kun je wel een maatschappelijke rol van betekenis in je eigen buurt creëren. Of je gebruikt jouw kennis en ervaring om anderen te helpen of mensen iets te leren.

Heb je een WIA-uitkering? Betrek dan ook je coach

Heb je vanuit de WIA een re-integratiecoach die je helpt? Dan kan je kijken of deze coach je kan helpen.

Misschien is betaald werk in eerste instantie nog te hoog gegrepen. De coach kan je misschien helpen met het vinden van passend (vrijwilligers-)werk.

Ook wij zoeken vrijwilligers

Bij Samen Veerkrachtig zijn we altijd op zoek naar vrijwilligers. Samen Veerkrachtig is een community voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen zoals jij.

Lijkt het je leuk om te helpen bij een van onze Koffietafels of het beantwoorden van vragen op het forum? Neem dan even contact met ons op via info@samenveerkrachtig.nl.

Als je lange tijd ziek of arbeidsongeschikt bent, dan kun je met veel vragen en onzekerheid zitten. Je dagen zien er anders uit en je kan je werk misschien niet meer helemaal uitvoeren. Hoe gaat het verder op je werk? En wie betaalt nu jouw loon door?

De eerste twee jaar betaalt je werkgever je loon door als je ziek of arbeidsongeschikt bent. Tijdens deze twee jaar mag je werkgever je in principe niet ontslaan, tenzij je een jaarcontract hebt. Maar hoe ziet de situatie er na twee jaar uit? Mag je werkgever jou ontslaan? Wat zijn je rechten?

Tips

Ben je na twee jaar nog niet beter?

  • Na twee jaar ziekte mag je werkgever ontslag voor je aanvragen bij het UWV. Er zijn hier wel een aantal voorwaarden voor:
    • Je kunt het werk waar je ooit voor bent aangenomen niet meer uitvoeren.
    • Je hebt samen met je werkgever alle manieren bekeken om te zorgen dat je weer aan het werk kunt, maar dit is niet mogelijk.
    • Er zijn binnen het bedrijf of de organisatie geen andere banen die je kunt uitvoeren. Ook niet als je werkplek aangepast wordt of je je omschoolt.
  • Maak je samen met je werkgever een einde aan je contract als je twee jaar ziek bent? Dan heb je recht op een uitkering:
    • Meestal heb je na twee jaar ziekte recht op een WIA-uitkering. Zorg ervoor dat je deze ruim van tevoren aanvraagt. Doe dit uiterlijk in de 93e week dat je ziek bent. Anders kan je loon ophouden voor je uitkering begint.
    • Ben je minder dan 35% arbeidsongeschikt? Dan heb je geen recht op een WIA- uitkering, maar op een WW-uitkering.

Weer beter binnen twee jaar of na twee jaar?

  • Denk je na twee jaar ziekte weer snel aan het werk te gaan? Dan kun je vragen of je werkgever je loon langer doorbetaalt. Hierdoor heb je extra tijd om aan je re-integratie te werken en hoef je geen WIA-uitkering aan te vragen. Je kan deze optie overwegen als je bijvoorbeeld een hele lange behandeling achter de rug hebt, waarbij er eigenlijk geen mogelijkheid tot re-integratie was.
    • Vul hiervoor samen met jouw werkgever het formulier Aanvraag verlenging loondoorbetaling WIA’ in. Met dit formulier geef je aan het UWV door tot wanneer jouw werkgever jouw loon nog betaalt.
    • Wanneer je een Ziektewetuitkering via jouw werkgever krijgt, geldt dit helaas niet. Je kunt dan geen extra tijd voor jouw re-integratietraject krijgen.
  • Heb je je beter gemeld voor je twee jaar ziek bent en word je weer ziek? Als er meer dan vier weken tussen een beter- en ziekmelding zitten, dan begint de termijn van 104 weken weer van voor af aan.

De Wet Verbetering Poortwachter is bedoeld om langdurig ziekteverzuim te beperken. Iedere werknemer in loondienst die langdurig ziek is, krijgt te maken met de Wet Verbetering Poortwachter.

Het doel van de wet is dat werkgever en werknemer er samen voor zorgen dat een zieke werknemer zo snel en effectief mogelijk weer deelneemt aan het arbeidsproces.

De Wet Verbetering Poortwachter is bedoeld om langdurig ziekteverzuim te beperken. Iedere werknemer in loondienst die langdurig ziek is, krijgt te maken met de Wet Verbetering Poortwachter.

Het doel van de wet is dat werkgever en werknemer er samen voor zorgen dat een zieke werknemer zo snel en effectief mogelijk weer deelneemt aan het arbeidsproces.

Wat is het en wanneer start het?

Bij langdurige ziekte krijgt iedere werknemer en werkgever te maken met de Wet Verbetering Poortwachter. Zo lang je in dienst bent moeten jullie – werkgever én werknemer – samen bepaalde stappen ondernemen om tot het best mogelijke resultaat te komen. Dit proces duurt twee jaar, tenzij je contract met de werkgever eerder eindigt.

De Wet Verbetering Poortwachter hanteert het volgende stappenplan.

  • Probleemanalyse in samenwerking met de bedrijfsarts (uiterlijk in de 6e week)
  • Plan van aanpak, opgesteld door werkgever en werknemer. Hierin wordt een einddoel bepaald en hoe jullie daar willen komen (in de 8e week)
  • Werkgever doet melding van langdurig verzuim bij UWV (week 42)
  • Eerstejaars evaluatie tussen werkgever en werknemer (tussen week 46 en 52)
  • Inzet van re-integratie buiten de eigen organisatie als dit nog niet is gedaan (uiterlijk 6 weken na de eerstejaars evaluatie)
  • WIA aanvraag door werknemer (tussen week 87 en 90)

De voortgang wordt minimaal éénmaal in de zes weken besproken tussen jou en jouw werkgever. De werkgever zal een bedrijfsarts of arbodienst inschakelen.

Mogelijk wordt er een casemanager van een arbodienst ingezet die het proces gaat begeleiden. Een casemanager kan ook een medewerker zijn van je werkgever.

Als het nodig is kan een werkgever een re-integratiebureau of andere ondersteuning inschakelen met als doel jou te helpen naar passend werk, binnen de organisatie (1e spoor) of buiten de organisatie (2e spoor) waar je in dienst bent.

Re-integratie eerste én tweede spoor uitgelegd

De re-integratie gaat in twee fasen, ook wel ‘sporen’ genoemd:

  • Eerste spoor: terugkeer bij jouw eigen werkgever in de oude functie of een andere (aangepaste) functie
  • Tweede spoor: re-integratie in passend werk bij een nieuwe werkgever

In het eerste spoor kijken werknemer en werkgever naar de mogelijkheden om (aangepast) werk te verrichten binnen het bedrijf.

Wat de aanleiding ook is, het kan gebeuren dat een terugkeer naar je oude werkplek niet mogelijk is.

In sommige gevallen is er ook geen mogelijkheid om bij hetzelfde bedrijf een andere functie te bekleden, simpelweg omdat je werkgever geen functies heeft die passen bij de werkzaamheden die je nog wel zou kunnen doen.

Als een andere functie binnen hetzelfde bedrijf niet mogelijk is, dan zal je werkgever jouw ondersteunen bij het vinden van passend werk buiten de organisatie. Het actief zoeken naar passend werk buiten de organisatie, noemen we het tweede spoor.

Uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaars evaluatie moet het tweede spoor traject zijn ingezet. Dit kan al eerder ingezet worden als er bijvoorbeeld al snel duidelijk is dat er bij je eigen werkgever geen passend werk is.

Tips voor tijdens de re-integratie:
  • Tijdens het tweede spoor wordt er gekeken naar passende functies buiten je eigen organisatie. Je werkgever zal je hierbij helpen. Soms wordt daar een re-integratiebureau of een coach voor ingeschakeld. Zo’n coach kan je goed helpen bij het onderzoeken welke functies nu passen bij jouw mogelijkheden en beperkingen en je helpen bij het vinden van passend werk in een nieuwe organisatie. De coach heeft vaak ervaring met tweede spoortrajecten en heeft een netwerk die deuren kan openen. Maak daar gebruik van! Wie weet welke nieuwe mogelijkheden er voor jou ontstaan.
  • Je bent niet verplicht om werk te accepteren als dat werk niet passend is. Immers: het doel van het traject is om de baan te vinden die het beste bij jou past. Twijfel je of aangeboden werk passend is? Dan kan je advies vragen van de bedrijfsarts.
  • Verloopt het tweede spoor niet goed, bijvoorbeeld omdat je niet-passende werkzaamheden krijgt aangeboden en de werkgever dat wel passend vindt? Dan kan je eerst advies vragen bij de bedrijfsarts. Komen jullie er nog niet uit? Dan is het mogelijk om een onafhankelijk deskundigenoordeel via UWV aan te vragen. Hier zijn kosten aan verbonden.
  • Op het forum van Samen Veerkrachtig kun je in contact komen met anderen in dezelfde situatie als jij. Want niemand is ooit de enige.
Wanneer is werk ‘passend werk’?
  • Passend werk moet aansluiten bij jouw belastbaarheid. Een bedrijfsarts en arbeidsdeskundige kunnen beoordelen wat in jouw situatie als passend gezien kan worden. Dit wordt in een Functie Mogelijkheden Lijst (FML) en re-integratievisie (RIV) vastgelegd.
  • Als functies passend zijn te maken door de inzet van een kortdurende (in de regel circa 6 maanden) training of scholing, dan kan dit van de werkgever en werknemer worden verwacht.
  • Bij een tweede spoor kan de inzet van een opleiding of training noodzakelijk zijn om de arbeidskansen te vergroten.
Wanneer spreekt het UWV van een succesvolle re-integratie?

Een bevredigend resultaat is bereikt wanneer:

  1. Je passend werk doet met een structureel karakter dat zo dicht mogelijk aansluit bij jouw mogelijkheden en het oude loon. Bij voorkeur binnen het eigen bedrijf (1e  spoor) of, als dat niet mogelijk is, buiten het eigen bedrijf (2e spoor).

Als dit niet mogelijk blijkt, dan is volgens UWV een bevredigend resultaat ook bereikt als:

  1. Je passend werk doet met een structureel karakter waarmee je ten minste 65% van het je oude loon verdient (van voor de eerste ziektedag). Het moet hier gaan over een situatie die bereikt is na een intensieve re-integratie. Het is niet de bedoeling dat de werkgever aan de werknemer na drie maanden ziekte dit werk voor 65% van het oude loon aanbiedt en vervolgens niets meer doet.

In dit laatste geval is het wel van belang dat jouw werkgever en jij het erover eens zijn dat er redelijkerwijs niet meer van de werkgever kan worden verwacht.

Je hoeft zo’n aanbod niet te accepteren als er binnen het eigen bedrijf of daarbuiten passend werk  voor jou is. Het moet dan gaan om werk wat beter aansluit bij jouw mogelijkheden en beperkingen en waarmee je misschien zelfs meer loon kunt verdienen.

Natuurlijk moet je van de werkgever in alle redelijkheid wel kunnen verlangen om dat werk aan te bieden.

Meer informatie over tweede spoor

Het tweede spoor is onderdeel van de Wet Verbetering Poortwachter. Het UWV heeft een werkwijzer Wet Verbetering Poortwachter gepubliceerd, waar het proces helder wordt beschreven.

Alle werkgevers en werknemers die hiermee te maken krijgen dienen, zich te houden aan het proces zoals in deze werkwijzer staat omschreven.

Met een proefplaatsing kun je vanuit jouw uitkeringssituatie werk verrichten bij een nieuwe werkgever, zonder loon en met behoud van je uitkering. Zo kunnen jullie beiden onderzoeken of de functie passend is bij jouw situatie. De werkgever moet daarbij de intentie hebben om je na de proefplaatsing een contract aan te bieden van minimaal 6 maanden. Een proefplaatsing kan een goede manier zijn om te re-integreren in een nieuwe functie en bij een nieuwe werkgever.

Als je langere tijd niet hebt gewerkt door ziekte of een beperking, is het vaak weer wennen om deel te nemen aan het arbeidsproces. Je gaat op zoek naar een nieuwe passende functie. Misschien bij een nieuwe werkgever, misschien wel in een andere branche.

Het kan dan zowel voor jou als de nieuwe werkgever prettig zijn om te beginnen met een proefplaatsing. Zo kunnen jullie beiden wennen aan de nieuwe situatie.

Wat houdt een proefplaatsing in?

Bij een proefplaatsing ga je aan het werk bij een nieuwe werkgever en met behoud van je uitkering. Deze regeling is bedoeld voor mensen met een WAO, WIA, WAZ, wajong, Ziektewet- of WW-uitkering die moeilijk (passend) werk vinden.

Je kunt niet zomaar op een proefplaatsing beginnen. Het UWV of de eigen risicodrager (ex-werkgever of verzekeraar) moet daarvoor toestemming geven. Vraag dus eerst om toestemming. Daarna weet je waar je aan toe bent en kun je aan de slag. Op de website van het UWV vind je meer informatie over proefplaatsingen.

Heb je akkoord van het UWV nodig voor een proefplaatsing?

Een proefplaatsing duurt in de regel twee maanden. In bijzondere situaties kan de duur van twee maanden worden verlengd.

Tijdens de proefplaatsing

Gedurende de proefplaatsing bekijken jullie of de functie passend is. Kun je de werkzaamheden uitoefenen? Is het aantal uren passend? Is de werkplek goed ingericht of zijn er aanpassingen nodig? Als er aanpassingen nodig zijn dan kun je dat tijdens de proefperiode ontdekken.

Als je na de proefperiode krijgt een contract krijgt aangeboden, dan kan daarin rekening gehouden worden met deze aanpassingen. Bijvoorbeeld dat je minder of meer uren gaat werken dan in eerste instantie was voorgesteld. Of dat je werkzaamheden toch iets anders worden.

Blijkt het werk helemaal niet te bevallen? Dan kun jij of de werkgever de proefplaatsing stopzetten. De werkzaamheden worden beëindigd en jij valt terug op de uitkering die je in de tussentijd nog kreeg.

Verlenging van de proefplaatsing

In bijzondere gevallen kan er verlenging worden aangevraagd bij het UWV.

Dit verzoek moet eerst worden goedgekeurd door het UWV. Bijvoorbeeld doordat je binnen de proefplaatsing een periode ziek bent geweest of slechts beperkt aanwezig kon zijn (waardoor jullie mogelijk onvoldoende konden beoordelen of het werk passend is). Het UWV zal dan beoordelen met welke periode de proefplaatsing mag worden verlengd.

Na de proefplaatsing

Na een geslaagde proefplaatsing biedt de werkgever een arbeidsovereenkomst aan met een minimale duur van zes maanden. Het contract is voor de (aangepaste) functie en de afgesproken uren. Jullie weten door de ervaring dat je de functie kunt uitvoeren. Een contract na een proefplaatsing is altijd zonder proeftijd. Immers: die proefperiode heb je al gehad.

Zitten er ook nadelen aan een proefplaatsing?

Een proefplaatsing heeft veel voordelen. Maar zijn er ook nadelen? Het simpele antwoord: nee, we kunnen geen nadelen bedenken.

Moet ik een proefplaatsing accepteren?

Als je een baan aangeboden krijgt is dat natuurlijk geweldig! De vraag is vooral of het passend is bij jouw gezondheidssituatie. Je kunt met de nieuwe werkgever de mogelijkheden om in dienst te treden overleggen.

Je bent in ieder geval verplicht om deel te nemen aan re-integratie vanuit de WIA of WAO. Een re-integratiecoach kan je daarbij ondersteunen en adviseren. Bijvoorbeeld bij de gesprekken met de werkgever over de arbeidsvoorwaarden en de wijze waarop je gaat starten.

Wie kan mij helpen?

Het kan soms enorm helpen om over je problemen te praten met vrienden en familie, of om ervaringen uit te wisselen met anderen die hetzelfde hebben meegemaakt.

  • Een jobcoach
  • Het UWV of jouw (voormalige) werkgever.
  • De forumleden van Samen Veerkrachtig.

Het kan iedereen een keer gebeuren: je vergeet een afspraak. Normaal gesproken is dat al heel vervelend, maar al helemaal als het een afspraak bij het UWV betreft. Het gaat hier namelijk om je uitkering.

Toch komt het voor. In alle gevallen is het van groot belang dat je snel in actie komt.

Afspraak is afspraak

Afwezigheid bij een afspraak kan gevolgen hebben voor jouw uitkering. Daarom is het belangrijk om gelijk in actie te komen. Hoe langer je wacht, hoe groter de gevolgen kunnen zijn; en helemaal niks doen gaat vrijwel zeker problemen geven.

Bel daarom gelijk met het UWV en leg uit wat er is gebeurd, zodat er een nieuwe afspraak kan worden gepland.

Leg hierbij duidelijk uit dat het een onbewuste handeling was, en dat er absoluut geen sprake is van bewust niet meewerken.

Wat het UWV doet, verschilt per situatie. Afhankelijk van de reden van de afwezigheid wordt besloten of er een sanctie plaatsvindt, of dat je een nieuwe afspraak krijgt.

Afspraak van tevoren afzeggen?

Je bent verplicht om gehoor te geven aan de oproep van het UWV. Natuurlijk kan er iets dringends tussen komen waardoor je de afspraak toch moet afzeggen, omdat het niet anders kan.

In dat geval wordt er van je verwacht dat je met een geldige reden de afspraak tijdig afzegt. Dit kan via de website van UWV of via je online dossier van UWV.

Wanneer word ik uitgenodigd voor een afspraak met het UWV?

Na een periode van ziekte kom je misschien in aanmerking voor een uitkering van het UWV. Dat is vaak de eerste keer dat je in contact komt met het UWV. Je wordt eerst opgeroepen om jouw situatie te laten beoordelen door een verzekeringsarts.

Daarna volgt vaak, maar niet altijd, een tweede afspraak met een arbeidsdeskundige. Het UWV beslist op basis van deze gesprekken of je een uitkering kunt krijgen.

Als je al een WIA-uitkering of ziektewetuitkering krijgt, kun je ook door het UWV worden opgeroepen voor een afspraak. Bijvoorbeeld omdat het UWV jouw situatie opnieuw wil beoordelen of omdat je alweer een tijd (gedeeltelijk) aan het werk bent.

Ook jouw (ex-)werkgever kan een herbeoordeling aanvragen of bezwaar maken tegen een eerdere beslissing. UWV kan jou dan weer oproepen om jouw situatie opnieuw te beoordelen.

Als je weer (gedeeltelijk) kunt werken, kan het UWV ook afspraken inplannen. Bijvoorbeeld met een coach die je gaat helpen bij jouw re-integratie.

Niet meewerken kan gevolgen hebben

Waar het UWV je ook voor oproept, je bent verplicht om mee te werken. Het UWV bepaalt of je recht hebt op een uitkering en hoe hoog deze is. Dit kunnen zij alleen doen met jouw medewerking.

Werk je niet mee? Dan kan het UWV een beslissing nemen die gevolgen heeft voor jouw uitkering.

Tips om te voorkomen dat je een afspraak vergeet:
  • Kijk regelmatig in je online dossier op Mijn UWV. Dan weet je zeker dat je op de hoogte bent van alle informatie die het UWV jou stuurt. Alle verstuurde brieven zijn hier altijd digitaal te zien.
  • Je kunt in Mijn UWV ook je e-mailadres registreren, zodat je een e-mail krijgt als er een nieuw bericht klaarstaat.
  • Geef wijzigingen in je woon- of verblijfadres of telefoonnummer direct door, zodat het UWV jou in ieder geval kan bereiken.

 

Het is niet leuk, maar het overkomt je toch. Je bent een aantal maanden ziek en jouw baas wil jou ontslaan. En of je even wilt tekenen. Op dat ogenblik is het belangrijk om te weten wat jouw rechten zijn.

De rechten van de werknemer zijn in Nederland relatief goed beschermd. Tijdens de eerste twee jaar na je ziekmelding heb je een ontslagbescherming, wat betekent dat jouw ziekte nooit een reden mag zijn voor ontslag (de uitzondering is als een tijdelijk contract afloopt, of als er sprake is van ernstige verwijtbaar handelen).

Sommige werkgevers bieden je in de eerste 104 ziekteweken een vaststellingsovereenkomst aan. Onderteken je de vaststellingsovereenkomst, dan treed je met wederzijds goedvinden uit dienst. “Als jij deze overeenkomst tekent, gaat het bedrijf niet ten onder en hoef ik geen collega’s van je te ontslaan”, is een uitspraak die we een HR-manager in zo’n geval wel eens hebben horen doen.

Is het verstandig om de vaststellingsovereenkomst te tekenen?

Een dergelijk aanbod van een werkgever komt natuurlijk per definitie ongelegen, want je leven staat al op zijn kop. En simpel gezegd: het mag ook helemaal niet.

Is het verstandig om de vaststellingsovereenkomst te tekenen? Nee. Maar voordat we dit uitleggen, onze twee belangrijkste tips:

  1. Teken nooit direct
  2. Laat alles juridisch controleren voordat je iets tekent.

De gevolgen van het tekenen van een vaststellingsovereenkomst binnen de eerste twee ziektejaren zijn namelijk groot. Heel groot.

Benadelingshandeling

Eigenlijk doet de werkgever een poging om onder de loondoorbetaling bij ziekte uit te komen. Dit is een benadelingshandeling ten opzichte van het UWV, die de ziektewetuitkering uitvoert.

Het vervelende hieraan is dat de gevolgen in dit geval niet bij jouw werkgever komen, maar bij jou. Het UWV kan (en zal) weigeren om een ziektewetuitkering te verlenen, omdat je nog recht had op loondoorbetaling.

Zonder ziektewetuitkering wordt het moeilijker om te herstellen. Bij voldoende arbeidsverleden kom je nog wel in aanmerking voor een WW, maar die brengt een verplichting met zich mee: de sollicitatieplicht. Je moet verplicht reageren op geschikte functies en passende banen verplicht accepteren. Beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt is moeilijk, zo niet onmogelijk. Immers, je bent ziek en werkt hard aan je herstel.

Vaststellingsovereenkomst niet tekenen?

Een vaststellingsovereenkomst tekenen is geen verplichting, ongeacht wat een werkgever je hierover probeert te vertellen. We herhalen daarom nogmaals de eerder gegeven tip: teken niets voordat je juridisch advies hebt ingewonnen.

Heb je toch je handtekening gezet? Je hebt dan twee weken bedenktijd (en zelfs drie weken als de bedenktijd niet in de overeenkomst is genoemd). Tijdens deze periode kun je de vaststellingsovereenkomst, zonder opgave van reden, ongedaan maken door schriftelijk aan te geven dat je je hebt bedacht. Je loondoorbetaling bij ziekte blijft dan bestaan.

Soms is een vaststellingsovereenkomst wél positief

De vaststellingsovereenkomst kan positief zijn, als deze wordt opgesteld na 104 weken ziekte. Het dienstverband wordt dan op een nette manier beëindigd en jullie kunnen afspraken maken over de transitievergoeding en uitbetaalde vakantiedagen.

Met een vaststellingsovereenkomst na 104 weken voorkomen jullie een slapend dienstverband. Werknemers met een slapend dienstverband ontvangen geen transitievergoeding, omdat ze formeel nog in dienst zijn.

In deze fase kan een vaststellingsovereenkomst de volgende voordelen bieden:

  • Er is zekerheid voor beide partijen
  • Er zijn geen kosten, zoals de juridische kosten die nodig zijn om te procederen omdat je het niet eens bent met je ontslag
  • Je hebt de mogelijkheid om je werkrelatie op een nette manier te beëindigen. In de praktijk blijkt dat de kans op een conflict tussen werkgever en werknemer groter wordt als de werkrelatie na twee jaar nog steeds bestaat.

Na 104 weken kan een werkgever er bovendien voor kiezen om een ontslagvergunning aan te vragen bij UWV. Het verschil tussen een ontslagvergunning en een vaststellingsovereenkomst, is dat je bij een ontslagvergunning niet kunt onderhandelen over de transitievergoeding; maar dat er een standaardtransitievergoeding en een eindafrekening plaatsvindt.

Maar let op!

Alhoewel een vaststellingsovereenkomst na 104 weken ziekte meestal goed uitpakt, kunnen wij jou in dit artikel niet vertellen wat in jouw situatie wijsheid is. Iedere situatie is uniek en sommige details – zoals de WIA-beoordeling en het wel of niet hebben van een uitkering – hebben een grote impact.

Onze állerbelangrijkste tip is daarom: laat je altijd juridisch bijstaan, voordat je een vaststellingsovereenkomst tekent.

Iedereen is wel eens ziek. Door een griep kun je bijvoorbeeld even niet werken. Meestal duurt dit niet langer dan een paar dagen en kun je daarna weer aan de slag.

Het is anders wanneer je een aantal weken of maanden ziek bent en niet weet wanneer je weer beter wordt.

Dit brengt veel vragen en onzekerheid met zich mee. Hoe lang blijf ik nog ziek? Kan ik wel weer aan het werk? Wat moet ik allemaal doen? En wat betekent dit eigenlijk voor mijn werk?

Wanneer verandert ‘gewoon ziek’ in ‘langdurig ziek’?

Wanneer je langer dan vier weken niet kan werken omdat je ziek bent, wordt dit als langdurig ziek beschouwd.

In de eerste vier weken kan het nog onduidelijk zijn of het om kort of lang verzuim gaat. Er zijn dan nog geen wettelijke verplichtingen waaraan jij en de werkgever moeten voldoen.

Ziet het er na vier weken nog niet naar uit dat je snel weer kan werken? Dan moet de werkgever een bedrijfsarts inschakelen die, aan de hand van een gesprek met jou, in de zesde week een probleemanalyse opstelt.

Als een werknemer ziek wordt vanwege psychische klachten, dan adviseert de NVAB (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde) dat de bedrijfsarts na twee weken al wordt ingeschakeld.

Vanaf de zesde ziekteweek

In de zesde week wordt de eerste stap volgens de Wet Verbetering Poortwachter gezet.

In deze wet staat dat de bedrijfsarts een probleemanalyse moet opstellen. Hierin geeft de bedrijfsarts zijn visie op jouw ziekte in relatie tot jouw werk.

Vragen waarop de bedrijfsarts zijn visie geeft, zijn bijvoorbeeld:

  • Wat zou je nog wel kunnen doen?
  • Waar moet rekening mee worden gehouden als je weer gaat werken?
  • Welke aanpassingen zijn nodig?
  • Is het eigen werk nog passend of adviseert de bedrijfsarts andere werkzaamheden?
  • Hoe kun je opbouwen om weer (gedeeltelijk) aan het werk te gaan?

Als de bedrijfsarts op dit moment geen mogelijkheden tot hervatten van werk ziet, dan zal hij dat in de probleemanalyse beschrijven.

Vanaf de achtste ziekteweek

In de achtste week maak je, samen met jouw werkgever, een plan van aanpak. In dit plan beschrijven jullie hoe jullie de komende tijd gaan werken aan de re-integratie en wat het uiteindelijke doel is. Het plan van aanpak maken jullie op basis van het advies van de bedrijfsarts.

Daarna wordt tussentijds jouw situatie en re-integratie geëvalueerd. Meestal gebeurt dit eens per zes weken. Als het nodig is, wordt het plan van aanpak bijgesteld.

Dit proces wordt gedurende jouw ziekte voortgezet.

Tip: vraag je specialist naar je vooruitzichten

Als er bij jou een ziekte of beperking is geconstateerd (of als je een ongeluk hebt gehad), probeer dan al zelf bij je behandelend specialist inzicht te krijgen in wat dit voor jou gaat betekenen.

Vragen die je aan je specialist kunt stellen:

  • Welke behandelingen ga je krijgen?
  • Hoe lang kan dit traject gaan duren (denk bijvoorbeeld aan wachtlijsten)?
  • Wat betekent dit lichamelijk of psychisch voor je?

Als je het antwoord weet op deze vragen, dan kun je ze heel concreet bespreken met de bedrijfsarts. De bedrijfsarts kijkt namelijk naar jouw ziektebeeld in relatie tot werk. Het is dus belangrijk dat de bedrijfsarts een helder beeld heeft van jouw (medische) situatie.

Het medisch beroepsgeheim van de bedrijfsarts

De bedrijfsarts heeft een medisch beroepsgeheim en mag deze informatie nooit delen, dus ook niet met jouw werkgever. Jouw medische en persoonlijke informatie wordt door de bedrijfsarts gebruikt om advies te geven over werkhervatting en eventuele aanpassingen die nodig zijn om je eigen werk of passend werk te kunnen doen.

UWV kan iets beslissen waar je het niet mee eens bent. Bijvoorbeeld als ze je arbeidsongeschiktheidspercentage in jouw ogen verkeerd bepalen.

Je kunt dit op twee manieren aankaarten.

  • Bezwaar maken tegen de inhoud van de beslissing.
  • Een klacht indienen over het proces binnen het UWV.

In bezwaar gaan, dat doe je bijvoorbeeld over de WIA-beoordeling of je arbeidsongeschiktheidspercentage. Een bezwaar zal dus altijd gaan over de inhoud van de beslissing, niet over de manier waarop de beslissing tot stand is gekozen (daarover kun je een klacht indienen).

Na het indienen van jouw bezwaar wordt de situatie opnieuw beoordeeld. Ben je het ook met deze beoordeling niet eens? Dan kun je nog in beroep gaan (op dezelfde punten als het bezwaar. Wordt er op basis van het beroep een keuze gemaakt waar je het niet mee eens bent, dan is een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep de laatst overgebleven mogelijkheid.

Als je weer gaat werken, kom je niet altijd terug bij je eigen werkgever. Vanuit een uitkering kom je meestal ook bij een nieuw bedrijf terecht.

Je leert dan weer nieuwe dingen in een baan die beter past bij wat je nu kunt. Daarnaast heb je ook weer meer nieuwe mensen om je heen dan toen je thuis zat. Maar een nieuwe baan brengt ook risico’s met zich mee. Vaak heb je minder zekerheid dan in je oude vaste baan. Waar moet je op letten?

Tips

  • Als je ziek bent of bent geweest, een WW-uitkering ontvangt en gaat re-integreren, dan moet je altijd passend werk accepteren. Wat passend is, verschilt per situatie. Het eerste half jaar is het idee dat je een baan accepteert die aansluit bij wat je kan, wat je deed en het salarisniveau dat je had. Lukt dat niet, dan verwacht UWV na een half jaar van je dat je ook werk onder je niveau accepteert. Maar als je in de eerste twee jaar van je ziekte zit en je een dienstverband, ziektewet of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebt, dan is er een andere procedure. Er wordt dan meer gekeken naar wat er bij je gezondheid past en hoe zwaar het werk is.
  • Een re-integratiebureau kan je helpen bij het vinden van passend werk buiten het bedrijf waar je werkte. Zij kijken naar wat je kan, wat je wil en wat passend werk is voor je. Samen ga je dan op zoek naar passende vacatures bij andere bedrijven.
  • Let op dat je bij een nieuwe baan misschien weer een tijdelijk contract krijgt aangeboden, terwijl je eerder misschien een vast contract had. Dit brengt wat meer onzekerheid met zich mee.
  • Bedenk goed wat je wilt vertellen over je ziekte of beperking. Alles verzwijgen kan juist tot een vreemde situatie leiden, maar het is natuurlijk ook bij een nieuwe werkgever niet verplicht om al je medische informatie op tafel te gooien. Wel kan het verstandig zijn om hier open over te spreken met je nieuwe werkgever. Je nieuwe werkgever is dan op de hoogte van jouw eventuele beperkingen in de functie.
    Het kan fijn zijn het een en ander aan je collega’s te vertellen. Dan kunnen ze je helpen en rekening met je houden in het werk. Informeer ook je leidinggevende, hij of zij kan dan rekening houden met hoe belastbaar je bent. Als beperking verzwegen worden en de leidinggevende is niet op de hoogte is de kans op overbelasting en opnieuw uitval juist vele malen groter.
  • Ga je op zoek naar een passende baan? Dan kun je in aanmerking komen voor een jobcoach via UWV. Dat is iemand die je helpt je plek te vinden bij je nieuwe baan. Dit kan iemand binnen of buiten het bedrijf waar je aan de slag gaat zijn. De jobcoach kan bijvoorbeeld helpen met inwerken of je werk zo inrichten dat het past bij je situatie.
  • Als je een arbeidsbeperking hebt, kan je nieuwe werkgever hulp krijgen. Er zijn allerlei regelingen waar je gebruik van kan maken, zoals:
    • Je kan een proefplaatsing aanvragen als een werkgever twijfelt of je het werk aankan. Je werkgever moet dan een schriftelijke verklaring geven waarbij, bij goed functioneren, een dienstverband van minimaal 6 maanden in het vooruitzicht gesteld wordt. Als de twee maanden goed verlopen zijn en je werkgever wil je aannemen, dan moet dit voor minimaal 6 maanden. Proeftijd is dan niet meer nodig.
    • Je nieuwe werkgever kan een mobiliteitsbonus aanvragen als je 56 jaar of ouder bent en een WIA- of WAO-uitkering krijgt . Dit betekent dat je werkgever bepaalde premies niet hoeft af te dragen aan de Belastingdienst. Dit voordeel kan oplopen tot €7.000 per jaar.
    • Je kan in aanmerking komen voor een no-riskpolis als je met een beperking of ziekte weer gaat werken. Dit houdt in dat als je weer ziek wordt, je werkgever niet je loon hoeft door te betalen. Je krijgt dan een ziektewetuitkering van UWV.
  • Het kan voorkomen dat je een baan ziet die perfect bij je past, maar waarbij er wat aanpassingen nodig zijn. Bijvoorbeeld aan je werkplek of om bij je werkplek te komen om je werk goed uit te kunnen voeren. UWV biedt hiervoor subsidies, zodat jij of je werkgever de aanpassing niet zelf hoeven te betalen.
  • Als je minder gaat verdienen dan dat UWV inschat dat je nog kan verdienen, kun je in aanmerking komen voor loonaanvulling. UWV wil graag dat je aan het werk gaat, ook als je loon dan lager wordt. Daarom kun je een aanvullende uitkering aanvragen om je salaris aan te vullen.
  • Inkomen en uitkering. Als je inkomen ontvangt, geef dit dan zo snel mogelijk door aan UWV. Hiermee voorkom je dat je te veel ontvangen uitkering moet terugbetalen. Let daarnaast goed op toeslagen waarbij je eventueel bij extra inkomsten geen recht op hebt. Soms kan een financieel adviseur een belangrijke hulp zijn.

Wie mag jouw medische gegevens opvragen en registreren? En wat mag niet? In deze Hulpwijzer beschrijven we, per situatie, de regels.

Als je lang ziek bent, leggen je arts of artsen een (soms uitgebreid) medisch dossier aan. In dat dossier staat veel persoonlijke informatie. Bijvoorbeeld welke ziekte je hebt, hoe jouw ziekte je beperkt, of (en zo ja welke) medicijnen je gebruikt en wat het vooruitzicht is.

Je hoeft deze informatie niet met iedereen te delen. Ook niet met je werkgever. Maar wat zijn je rechten precies?

Wat mag jouw werkgever van jou vragen/weten?

 Een werkgever mag, als een werknemer zich ziek meldt, de volgende gegevens over zijn gezondheid vragen en registreren:

  • Het telefoonnummer en (verpleeg-)adres;
  • de vermoedelijke duur van het verzuim;
  • de lopende afspraken en werkzaamheden;
  • of de werknemer onder een van de vangnetbepalingen van de Ziektewet valt (maar niet onder welke vangnetbepaling hij valt);
  • of de ziekte verband houdt met een arbeidsongeval;
  • of er sprake is van een verkeersongeval waarbij, een eventueel aansprakelijke derde betrokken is (de regresmogelijkheid, oftewel het verhalen van loonschade op de aansprakelijke partij).

De werkgever mag in principe geen andere gegevens over de gezondheid verwerken dan de hierboven genoemde gegevens. Ook niet met toestemming van de werknemer.

Gelet op de gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer, kan een werknemer zich namelijk gedwongen voelen om toestemming te verlenen, zodat geen sprake is van een ‘vrije’ wilsuiting.

Een uitzondering is als een werknemer een ziekte heeft, waarbij het noodzakelijk kan zijn dat directe collega’s in geval van nood weten hoe te handelen. Dit kan voorkomen bij bijvoorbeeld epilepsie of suikerziekte. In dat geval mag de werkgever de – vrijwillig door de werknemer verstrekte – gegevens over de ziekte registreren.

De gegevens over de gezondheid die de werkgever mag verwerken, naast de gegevens van de ziekmelding, zijn de gegevens die de bedrijfsarts/arbodienst aan hem heeft verstrekt over:

  • De werkzaamheden waartoe de werknemer niet meer of nog wel in staat is (functionele beperkingen, restmogelijkheden en implicaties voor het soort werk dat de werknemer nog kan doen);
  • de verwachte duur van het verzuim;
  • de mate waarin de werknemer arbeidsongeschikt is (gebaseerd op functionele beperkingen, restmogelijkheden en implicaties voor het soort werk dat de werknemer nog kan doen);
  • eventuele adviezen over aanpassingen, werkvoorzieningen of interventies die de werkgever voor de re-integratie moet treffen.
Mag de bedrijfsarts medische gegevens opvragen?

Behalve je eigen arts, mag alleen de bedrijfsarts je medische gegevens met jouw akkoord inzien. Die heeft ook een beroepsgeheim. Dit houdt in dat de bedrijfsarts jouw gegevens, maar ook wat er is besproken tijdens afspraken, niet mag delen. Ook niet met bijvoorbeeld je werkgever of casemanager bij het re-integratiebureau.

Toestemming geven om mijn persoonlijke gegevens te delen

Je kunt de bedrijfsarts, behandelend arts of huisarts toestemming geven om medische gegevens op te vragen bij, of te verstrekken aan, een andere arts.

De bedrijfsarts mag alleen medische gegevens van jou opvragen bij een andere arts als dat nodig is. Bijvoorbeeld om specifiek inzicht te krijgen in jouw ziektebeeld, om vervolgens een passend advies te kunnen geven over jouw re-integratie, passend werk of een aangepaste werkplek.

Toestemming voor het opvragen van jouw medische gegevens geef je altijd persoonlijk door een getekende brief (een toestemmingsformulier) zodat er nooit verwarring over kan ontstaan.

In het toestemmingsformulier, geef je aan welke arts(en) informatie over jou mogen opvragen en/of verstrekken.

Wat mag de bedrijfsarts (of arbodienst) delen met jouw werkgever?

Een bedrijfsarts of arbodienst mag bij ziekteverzuimbegeleiding alleen die informatie verschaffen aan een werkgever, die de werkgever nodig heeft om een beslissing te nemen over loondoorbetaling, verzuimbegeleiding en re-integratie.

De bedrijfsarts/arbodienst mag de volgende gegevens over de gezondheid van een zieke werknemer aan de werkgever verstrekken:

  • De werkzaamheden waartoe de werknemer niet meer in staat is (functionele beperkingen);
  • de werkzaamheden waar de werknemer wel toe in staat is (restmogelijkheden en implicaties voor het soort werk dat de werknemer nog kan doen);
  • de verwachte duur van het verzuim;
  • de mate waarin de werknemer arbeidsongeschikt is (gebaseerd op functionele beperkingen, restmogelijkheden en implicaties voor het soort werk dat de werknemer nog kan doen);
  • eventuele adviezen over aanpassingen, werkvoorzieningen of interventies die de werkgever voor de re-integratie moet treffen.
Wat mag de bedrijfsarts (of arbodienst) NIET delen met jouw werkgever?

Alle mogelijke overige gegevens over de gezondheid van werknemers zijn voor de werkgever niet noodzakelijk voor de loondoorbetalingsverplichting, noch voor de re-integratie/verzuimbegeleiding.

Deze gegevens vallen daarom onder het medisch beroepsgeheim van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts mag deze gegevens niet aan de werkgever verstrekken.

Dit betreft onder meer de volgende gegevens:

  • Diagnoses, naam van de ziekte, specifieke klachten of pijnaanduidingen;
  • eigen subjectieve waarnemingen, zowel over geestelijke als lichamelijke gezondheidstoestand;
  • gegevens over therapieën, afspraken met artsen, fysiotherapeuten, psychologen e.d.;
  • overige situationele problemen, zoals relatieproblemen, problemen uit het verleden, verhuizing, overlijden partner, scheiding e.d.

 

Wat mag een casemanager van jou vragen/weten?

Een casemanager die in opdracht van de werkgever is aangesteld, heeft veelal een regisseursfunctie. Dat wil zeggen dat deze persoon het traject coördineert en er voor zorgt dat de juiste stappen op tijd worden gezet.

Meestal is een casemanager niet bevoegd om inzicht te hebben in jouw medische situatie. Dat is ook helemaal niet nodig. De casemanager gaat, net als de werkgever, aan de slag met de adviezen en niet-medische informatie over jou (die zij van de bedrijfsarts krijgen).

Er is een uitzondering: de casemanager taakdelegatie. Deze casemanager werkt onder de verlengde arm constructie en is wél bevoegd om jouw medische informatie in te zien. Deze casemanager valt onder de eindverantwoordelijkheid van de bedrijfsarts en heeft dus ook te maken met het medisch beroepsgeheim.

Aan delegatie van taken door de bedrijfsarts zijn, kort samengevat, de volgende randvoorwaarden verbonden:

  1. De gedelegeerde is voldoende opgeleid voor en aantoonbaar bekwaam in de uitoefening van de taak.
  1. De bedrijfsarts heeft zich in de praktijk overtuigd van de kennis en vaardigheden van de gedelegeerde.
  2. Er zijn functiegerichte protocollen, die duidelijk maken welke taken de gedelegeerde wel en niet kan uitvoeren, waarbij er altijd een mogelijkheid moet zijn om de bedrijfsarts te consulteren.
  3. In individuele gevallen kunnen de grenzen van delegatie worden vastgelegd in nadere werkafspraken tussen betrokkenen of in een werkplan voor de behandeling van een individueel geval.
  4. Er is structureel persoonlijk overleg tussen gedelegeerde en bedrijfsarts.
  5. Overleg, toetsing en overname van de gevalsbehandeling door de bedrijfsarts zijn altijd mogelijk.
  6. De werknemer is in begrijpelijke termen ingelicht over het delegeren van elementen van de begeleiding, de eindverantwoordelijkheid van de bedrijfsarts en de mogelijkheid om de bedrijfsarts te consulteren.

De casemanager die de regie voert en de casemanager taakdelegatie kunnen nooit dezelfde personen zijn!

Let dus op wie je voor je hebt.

Mag het UWV medische gegevens (op-)vragen?

Ook voor het UWV geldt dat het alleen gegevens van zieke werknemers mag verwerken die noodzakelijk zijn voor de taakuitvoering van het UWV. Het UWV mag informatie verstrekken aan de werkgever, de arbodienst/bedrijfsarts en het re-integratiebedrijf wanneer dit nodig is voor de uitoefening van hun taken zoals omschreven in de wet.

Een verzekeringsarts van het UWV heeft ook een medisch beroepsgeheim en kan om jouw medische gegevens vragen. Dit kan nodig zijn om een helder en volledig beeld te krijgen van jouw situatie, bijvoorbeeld voor de WIA (her-)beoordeling.

Jij bent de enige die jouw medische gegevens kan verstrekken of toestemming kan geven om ze op te vragen bij de arts/specialist. Geef deze informatie liever niet aan de telefoon of via het online portal van UWV door.

Veiliger doorgeven kan je via de officiële formulieren, met een terugbelafspraak of door het te versturen middels aangetekende post of in een dichtgeplakte envelop met daarop ‘medisch geheim’.

Hoe lang mogen mijn gegevens worden bewaard?

Op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor ze zijn verzameld.

Voor medische dossiers bij een behandelingsovereenkomst geldt een wettelijk bewaartermijn van vijftien jaar, of zoveel langer als redelijkerwijs uit de zorg van een goed hulpverlener voortvloeit.

Voor de situatie dat er geen sprake is van een behandelingsovereenkomst (dit geldt voor het merendeel van de handelingen van de bedrijfsarts) mag het medisch dossier bewaard worden zolang dat noodzakelijk is voor het doel van het onderzoek.

Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is de onafhankelijke toezichthouder in Nederland die de bescherming van persoonsgegevens bevordert en bewaakt. Zij houden ook toezicht op de privacy van zieke werknemers. In het beleidsrapport ‘de zieke werknemer’ wordt uitgebreid beschreven wat wel en niet mag.

Als je na het beëindigen van een dienstverband een uitkering uit de WW (Werkloosheidswet) ontvangt en je wordt ziek, wat doe je dan?

Allereerst meld je je ziek bij het UWV. Dit doe je uiterlijk op de tweede dag. Dit kan online via Mijn UWV. Wat er in de periode daarna gebeurt, hangt af van jouw situatie. We leggen het per situatie uit.

Korter dan dertien weken ziek in de WW

Heb je een griepje of ben je door ziekte tijdelijk niet in staat om te werken of te solliciteren? Dan meld je dit bij het UWV. De eerste dertien weken behoud je de WW-uitkering inclusief de sollicitatieplicht. Daarnaast gelden de plichten van de ziektewet zolang u ziek bent. Dat betekent dat je moet meewerken aan re-integratie.

Het UWV verwacht dat je blijft solliciteren zolang je de WW-uitkering ontvangt.

Er zijn uitzonderingen waarbij je je WW-uitkering niet behoudt binnen de eerste dertien weken:

  • Bij ziekte door zwangerschap, bevalling of orgaandonatie stopt de WW-uitkering: er volgt dan een WAZO uitkering.
  • Als uw maximale WW-duur binnen dertien weken is bereikt, gaat de uitkering over in een ziektewetuitkering.
Langer dan dertien weken ziek in de WW

Wanneer je langdurig ziek bent, gaat de WW na dertien weken over in de Ziektewet. De WW-verplichtingen stoppen en ook de WW-uitkering stopt. Je krijgt nu te maken met alle regels en de uitkering van de Ziektewet. Meer informatie hierover vind je op de website van UWV

Het UWV volgt tijdens de Ziektewet de procedure uit de Wet Verbetering Poortwachter (net als een werkgever zou doen). Dat betekent dat je onder andere samen met het UWV verplicht bent om te werken aan re-integratie zoals staat beschreven in deze wet.

De eerstejaarsbeoordeling in de ziektewet

Na een jaar ziekte volgt de eerstejaarsbeoordeling in de Ziektewet.

Tijdens de eerstejaarsbeoordeling wordt bekeken hoeveel procent van je oude loon je weer kunt verdienen met werk. Kun je volgens UWV door jouw ziekte of beperking op dit moment minder dan 65% van je oude loon verdienen met (passend) werk? Dan blijf je in de Ziektewet en wordt het re-integratietraject voortgezet. Beoordeelt het UWV dat je meer dan 65% van je oude loon kunt verdienen? Dan vervalt het recht op de Ziektewet.

Als je geen recht meer hebt op een ziektewetuitkering dan kan je mogelijk weer terugvallen op de WW, als je daar nog recht op hebt. Dan gelden de WW-verplichtingen weer, zoals de sollicitatieplicht.

Als je geen recht meer hebt op de Ziektewetuitkering en ook je WW eindigt, dan eindigen de uitkeringen vanuit het UWV. In bepaalde gevallen is er mogelijk recht op een bijstandsuitkering via de gemeente.

WIA-beoordeling na de ziektewet

Na bijna twee jaar ziekte en een ziektewetuitkering krijg je de WIA-beoordeling.

Het UWV gaat dan jouw arbeidsongeschiktheid beoordelen. Daarbij wordt jouw arbeidsongeschiktheidspercentage altijd berekend op basis van het loon op de eerste ziektedag en het loon wat je nog zou kunnen verdienen op dat moment. Had je op de eerste ziektedag een WW-uitkering? Dan geldt dat inkomen als grondslag voor de WIA.

Wat gebeurt er als je uit dienst gaat en je wordt binnen vier weken ziek?

Als je nog geen online Mijn UWV omgeving hebt dan meld je je telefonisch ziek bij UWV. Het UWV beoordeelt dan of je recht hebt op een Ziektewetuitkering.

Heb je al een WW aangevraagd en de toekenning voor een WW-uitkering al ontvangen van het UWV? Dan ontvang je de eerste dertien weken een WW-uitkering en meld je je ziek bij UWV tijdens de WW (zoals eerder in deze Hulpwijzer beschreven).

Als jouw ex-werkgever eigenrisicodrager is voor de Ziektewet en jij meldt je binnen vier weken na uit dienst treden ziek bij UWV, dan heb je mogelijk toch nog recht op een ziektewetuitkering. Je kunt dat weer te maken krijgen met jouw ex-werkgever.

Eigenrisicodrager voor de Ziektewet betekent dat een werkgever zelf verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ziektewet. Onder andere de verzuimbegeleiding en re-integratieondersteuning voor medewerkers die ziek uit dienst gaan wordt dan door de (ex-)werkgever gedaan in plaats van het UWV.

Dat geldt ook als je binnen vier weken na uit dienst treden ziek wordt en recht hebt op een ziektewetuitkering. Dit noemt men ‘nawerking’. Werkgevers kunnen in de vier weken na het beëindigen van een dienstverband alsnog te maken krijgen met een zieke (ex-)werknemer die recht heeft op een ziektewetuitkering. De werkgever is binnen de termijn van vier weken nog steeds verantwoordelijk voor de uitvoering van de ziektewet.

Heb je een nieuwe baan en ben je daar inmiddels begonnen? Dan is de WW beëindigd en meld je je ziek bij de nieuwe werkgever.

Tips Werk

  • Het is handig om eerst even te bellen voor je officieel bezwaar aantekent. Bij UWV kunnen ze dan hun besluit uitleggen en je kunt er samen even over praten. Ben je het daarna nog steeds niet eens met de beslissing, dan kun je alsnog bezwaar maken.</p>
  • Je kunt alleen tegen een officiële beslissing in bezwaar gaan. Een officiële beslissing staat altijd in een brief. Daarin staat ook óf je bezwaar kunt maken. Bezwaar maken moet altijd schriftelijk. Dat kan online (let op; hier heb je een DigiD voor nodig), door het bezwaarformulier te gebruiken of door een brief te schrijven.
  • In je bezwaarschrift geef je aan waarom je bezwaar wil maken tegen de beslissing van UWV. Het kan je allemaal heel hoog zitten, maar UWV kijkt alleen naar de feiten in je brief. Daarom kun je je energie het beste gebruiken om te zorgen dat het bezwaar zo compleet mogelijk is. Laat je niet verleiden om teveel uit te weiden over hoe je je erbij voelt, dat kan zelfs afleiden van je argumenten
  • Let op wanneer je nog bezwaar mag maken. Voor sommige ziektewetbeslissingen heb je maar twee weken vanaf de datum op de brief. Maar meestal krijg je zes weken om bezwaar te maken
  • UWV stuurt je een bericht binnen vijf dagen nadat ze je bezwaar hebben gekregen. Binnen dertien weken krijg je een brief met de beslissing over je bezwaar. UWV kan anders beslissen na je bezwaar, maar dat hoeft niet. Hou deze termijn goed in de gaten: als het UWV dit niet haalt, kun je in sommige gevallen het UWV in gebreke stellen
  • De beslissing van UWV blijft staan tot je de uitslag krijgt van je bezwaar. Als je bijvoorbeeld een bedrag moet terugbetalen, dan moet je dit op tijd doen. Dit is heel vervelend, maar als je gelijk krijgt, dan krijg je het geld weer terug
  • Als je kosten moet maken voor je bezwaar, vraag dan UWV in je brief om die te betalen. Soms moet je kosten maken voor rechtsbijstand of reizen. Als UWV je bezwaar erkent, dan kun je die soms vergoed krijgen. Maar dat gebeurt dan alleen als dat in je bezwaar staat.
  • Soms heb je wat meer tijd nodig voor je bezwaarschrift. Je bent bijvoorbeeld nog bezig met informatie verzamelen of gesprekken voeren. Dan kun je in stappen bezwaar maken. Je stuurt op tijd een voorlopig (pro forma) bezwaarschrift. Daarin zet je alle gegevens, behalve waarom je bezwaar maakt. Je geeft dan ook aan dat je de redenen zo snel mogelijk opstuurt. UWV laat je dan weten wanneer je de redenen uiterlijk moet insturen

 

  • Als je het niet eens bent met de uitslag van je bezwaar, kun je in beroep gaan bij de rechtbank. Je vraagt dan aan de rechter om een oordeel te geven over de beslissing van UWV. In beroep gaan is niet gratis: je griffierechten als particulier zijn rond de € 44
  • Om in beroep te gaan moet je een beroepschrift sturen naar de sector Bestuursrecht van de rechtbank. Het adres vind je in de brief met de beslissing over je bezwaar. Je kunt ook digitaal een beroepschrift indienen.
  • De rechtbank zal UWV om een reactie vragen. Op dit verweerschrift kun jij weer reageren. UWV zal ook alle stukken uit je dossier opsturen die de rechter nodig heeft. Soms stelt de rechter daarna nog schriftelijk een aantal vragen aan jou en UWV. Neem rustig de tijd om deze zo goed en feitelijk mogelijk te beantwoorden. Dat maakt je zaak vaak sterker
  • Meestal moet je voor een zitting naar de rechtbank komen voor de rechter beslist. UWV moet ook een vertegenwoordiger sturen. Je mag kiezen of je zelf uitleg wilt geven of dat je iemand regelt die dat voor je doet. Als je erg aangedaan bent, kan iemand anders soms beter jouw verhaal doen dan jijzelf. Daarom mag je een advocaat of andere deskundige meevragen. Na de zitting doet de rechter schriftelijk uitspraak
  • Geeft de rechter je helemaal of voor een deel gelijk? Dan kun je de rechtbankkosten terugkrijgen. De rechter beslist ook of je verder nog iets krijgt. Zo kun je reiskosten of rechtsbijstand vergoed krijgen of een schadevergoeding als je die hebt geëist.
  • Het kan lang duren voordat de rechter uitspraak doet. Dat kan vervelend zijn als je door de beslissing geen inkomsten hebt. Je kunt dan aan de rechtbank een voorlopige voorziening aanvragen. Daardoor krijg je bijvoorbeeld een voorschot op een uitkering van UWV. Na de uitspraak krijg je te horen of je dit nog terug moet betalen of niet. Dat hangt af van waar je recht op hebt volgens de uitspraak
  • Ben je het niet eens met de uitspraak van de rechter? Dan kun je ook nog in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep. UWV kan ook in hoger beroep gaan
  • Wat als je het niet eens bent met iets anders dat UWV heeft gedaan? Bijvoorbeeld over hoe je behandeld bent of hoe ze omgaan met je gegevens of papieren? Bezwaar of beroep maken kan alleen bij officiële beslissingen van UWV. Maar je kunt ook altijd een klacht indienen. Dit kan telefonisch, online of per brief
Je bent niet de enige

Onverwachts in de ziektewet is lastig. Maar vergeet niet: jij bent niet de eerste die met deze vragen rondloopt. Sterker nog: op het forum van Samen Veerkrachtig ontmoet je anderen zoals jij. Meld je daarom vandaag nog aan om tips en ervaringen uit te wisselen.
Deel jouw tip op het forum

Wie help mij bij meningsverschillen?
  • Jouw werkgever

  • Juridische hulpverlening (niet verplicht, soms wel aan te raden)

  • Het forum van Samen Veerkrachtig, waar ervaringsdeskundigen jouw vragen beantwoorden.

Geldzaken

Weten hoe je er op dit moment financieel voor staat en wat je in de toekomst kunt verwachten, maakt het mogelijk om vooruit te denken. Dat helpt je geldproblemen te voorkomen.

WIA staat voor ‘Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen’ en valt uiteen in meerdere regelingen. Zie jij door de bomen het bos niet meer? Begrijpelijk, want de regels zijn uitgebreid. We leggen de verschillende regelingen zo simpel mogelijk uit.

De WIA kort samengevat

De WIA is een vangnet voor wie langdurig niet kan werken door ziekte of beperking.

Na 104 weken ziekte beoordeelt het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage. In bepaalde uitzonderlijke situaties kan deze periode korter of langer duren. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige beoordelen jouw situatie en bepalen het arbeidsongeschiktheidspercentage.

Ben je meer dan 35 procent arbeidsongeschikt volgens het UWV? Dan krijg je een WIA-uitkering. Is het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld tussen 0 en 35 procent? Dan krijg je geen uitkering.

De WIA kent diverse soorten uitkeringen.

  • Ben je tussen de 35-80 procent arbeidsongeschikt beoordeeld door het UWV? Dan krijg je een WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten).
  • Ben je tussen de 80-100 procent arbeidsongeschikt beoordeeld door het UWV en is de verwachting dat jouw situatie nog kan verbeteren of veranderen? Dan ben je momenteel wellicht niet in staat om te werken, maar is de verwachting dat dit niet blijvend is. Ook dan ontvang je een WGA-uitkering.
  • Ben je tussen de 80-100 procent arbeidsongeschikt beoordeeld door UWV en is de verwachting dat dit in de toekomst niet meer gaat veranderen? Dan krijg je een IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten).

De hoogte van de uitkering hangt af van jouw loon op eerste ziektedag (WIA-maandloon) én jouw arbeidsongeschiktheidspercentage. Het WIA-maandloon is het gemiddelde loon in het jaar voordat je arbeidsongeschikt werd met een maximum van € 4.598,38 per maand (1 juli 2018). Dit bedrag wordt wettelijk bepaald en twee keer per jaar vastgesteld.

Twijfel je welke uitkering je op dit ogenblik hebt? Kijk dan in de brief van het UWV met de beslissing, om te weten onder welke regeling je op dit moment valt.

Bij alle uitkeringen geldt: werken loont meestal. Hoe meer je werkt, hoe hoger je totale inkomen uiteindelijk is. Let wel: door toeslagen van de Belastingdienst kan het totaal inkomen veranderen. Ontvang je meer salaris? Dan heb je namelijk minder recht op toeslagen.

De berekening van de verschillende verzekeringen

We leggen uit hoe de verschillende uitkeringen berekend worden.

De loongerelateerde uitkering (LGU)

Bij aanvang van de WGA-uitkering krijg je eerst een loongerelateerde uitkering (LGU). De duur van deze uitkering wordt net zo berekend als je WW-recht en hangt af van jouw arbeidsverleden.

Net als bij de WW is de voorwaarde dat je minstens 26 weken hebt gewerkt uit de laatste 36 weken. Daarnaast is er een minimum gesteld van 3 maanden voor de LGU-periode.

  • Als je niet werkt, is de LGU de eerste twee maanden 75 procent van het WIA-maandloon. Vanaf de derde maand is de uitkering 70 procent van het WIA-maandloon.
  • Als je wel werkt is de uitkering de eerste twee maanden 75 procent van het WIA-maandloon, minus 75 procent van het bedrag wat je nu verdient. Vanaf de derde maand is de uitkering 70 procent van het WIA-maandloon minus 70 procent van uw inkomsten.

Na de LGU zijn er twee opties mogelijk:

  • de loonaanvullinguitkering (LAU)
  • de vervolguitkering (VVU)
De loonaanvullingsuitkering (LAU) bij 35 tot 80 procent arbeidsongeschiktheid.

Een loonaanvullingsuitkering (LAU) ontvang je als je werkt en meer dan 50 procent van de restverdiencapaciteit benut.

De restverdiencapaciteit is het bedrag waarvan de arbeidsdeskundige van het UWV heeft beoordeeld dat je dit nog kunt verdienen.

Er zijn twee mogelijkheden:

  1. Met werken verdien je tussen de 50 en 100 procent van wat je volgens de arbeidsdeskundige kunt verdienen. Je uitkering is dan 70 procent van het WIA-maandloon, min 70 procent van het bedrag wat je volgens het UWV kunt verdienen.
  2. Je verdient 100 procent (of meer) dan wat je volgens de arbeidsdeskundige kunt verdienen. Je uitkering is in dat geval 70 procent van het WIA-maandloon, min 70 procent van wat je daadwerkelijk verdient.

Een voorbeeld

Je bent 50 procent arbeidsongeschikt en verdiende €2000 euro bruto per maand. Dat betekent dat het UWV heeft beoordeeld dat je nog €1000 per maand kunt verdienen (restverdiencapaciteit).

Als je meer dan €500 verdient (dus 50 procent van je restverdiencapaciteit van €1000 euro) dan kom je in aanmerking voor een LAU-uitkering.

  • Verdien je €800 (tussen 50  en 100 procent ) dan is de uitkering is €1400 (70 procent van WIA-maandloon €2000) minus €700 (70 procent van de restverdiencapaciteit €1000) = €700 per maand + uw inkomsten €800 = €1500 bruto per maand.
  • Verdien je meer dan 100 procent van je restverdiencapaciteit dan is de uitkering (bijvoorbeeld €1200) dan is de LAU €1400 (70 procent van het WIA-maandloon) minus €840 (70 procent van €1200) = €560 per maand + uw inkomsten €1200 = €1760 bruto per maand.

 

De vervolguitkering (VVU) bij 35 tot 80 procent arbeidsongeschiktheid.

Wanneer je minder dan 50 procent van de restverdiencapaciteit verdient, of geen inkomen hebt, dan ontvang je een vervolguitkering (VVU) van het UWV.

De vervolguitkering is een percentage van het wettelijk minimum loon, waarbij ook het arbeidsongeschiktheidspercentage meeweegt.

Tijdens de vervolguitkering daalt je inkomen waarschijnlijk erg sterk ten opzichte van de loongerelateerde uitkering. Dit komt omdat UWV niet langer rekent met het loon wat je ooit verdiende, maar met het minimumloon. In sommige gevallen kun je wel weer toeslagen krijgen van de belastingdienst. Meer hierover lees je op de website van de Belastingdienst.

In hieronder lees je hoe het arbeidsongeschiktheidspercentage (zoals vastgesteld door de arbeidsdeskundige van het UWV) in categorieën is ingedeeld en welk percentage van het wettelijk minimumloon daarbij hoort.

  • 35 tot 45 procent arbeidsongeschikt: 28 procent van het wettelijk minimumloon
  • 45 tot procent arbeidsongeschikt: 35 procent van het wettelijk minimumloon
  • 55 tot procent arbeidsongeschikt: 42 procent van het wettelijk minimumloon
  • 65 tot 80 procentarbeidsongeschikt: 50,75 procent van het wettelijk minimumloon

 De loonaanvullingsuitkering (LAU) bij 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid

Ben je 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt volgens het UWV en is dit niet duurzaam? Dan verwacht men nog verandering in jouw situatie. Je krijgt dan een WGA-uitkering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

Het verschil is wel dat je een LAU ontvangt, zonder dat er een inkomenseis geldt. Dus zonder inkomen krijg je toch een LAU.

Word je herbeoordeeld en wijzigt het arbeidsongeschiktheidspercentage? En wordt het arbeidongeschiktheidspercentage tussen de 35 en 80 procent? Dan moet je voldoen aan de inkomenseis (meer dan 50 procent van de restverdiencapaciteit verdienen) om een LAU te ontvangen.

Heb je geen of een lager inkomen? Dan val je terug op de vervolguitkering (VVU). Wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage lager dan 35 procent? Dan vervalt de WIA uitkering.

 De IVA-uitkering bij volledige en blijvende arbeidsongeschiktheid

De inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) wordt uitgekeerd aan mensen die volledig afgekeurd en blijvend arbeidsongeschikt zijn. De uitkering bedraagt minstens 75 procent van het WIA-maandloon.

In bijzondere gevallen kan deze uitkering hoger uitvallen: tot maximaal 100 procent van het WIA-maandloon. Als de situatie niet verandert, krijg je de uitkering tot aan je AOW-leeftijd. Een herbeoordeling op initiatief van het UWV komt slechts bij uitzondering voor.

De arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelt het arbeidsongeschiktheidspercentage en dus ook of iemand een IVA-uitkering krijgt.

Een IVA-uitkering kan (in bepaalde situaties) aangevraagd worden in de eerste twee jaar, dus als je nog in dienst bent. Dat is meestal geen goed nieuws, want dan is al in een vroeg stadium duidelijk dat iemand volledig arbeidsongeschikt is en dat dit niet meer zal veranderen.

Ga je tijdens je uitkering toch een paar uur per week aan het werk? Dan kan dit van invloed zijn op je IVA-uitkering. Vrijwilligerswerk kan je altijd doen zonder dat het invloed heeft op de uitkering.

Vakantiegeld tijdens WIA

Je bouwt vakantiegeld op, net als tijdens je dienstverband. Dit vakantiegeld krijg je uitbetaald in mei. Tenzij de WIA-uitkering eerder stopt: dan krijg je het vakantiegeld betaald in de laatste maand waarin je nog een uitkering ontvangt.

Kom je door een uitkering onder het sociaal minimum?

In sommige gevallen is het mogelijk dat je onder het sociaal minimum komt. In dit geval kun je bij UWV een toeslag aanvragen en wordt je uitkering alsnog aangevuld.

Het criterium voor het sociaal minimum verschilt per situatie. Bekijk de mogelijkheden voor jouw situatie op de website van UWV.

Heb je een arbeidsongeschiktheidsverzekering?

Het is mogelijk dat je een arbeidsongeschiktheidsverzekeringen hebt afgesloten, bijvoorbeeld via de (ex-)werkgever. Denk daarbij aan een WIA-bodem, WGA-hiaat of WGA-excedent verzekering. Heb je deze afgesloten voordat je ziek werd? Dan kun je mogelijk een aanvulling ontvangen op de WIA uitkering van UWV.

Je bent niet de eerste, ook niet de enige

Bij arbeidsongeschiktheid komt er een hoop op je af. Niet alleen financieel, maar vooral ook emotioneel. En niet alleen voor jou, maar ook voor je gezin en vriendenkring. En we kunnen ons voorstellen dat je je op zo’n moment afvraagt: hoe nu verder?

Bedenk je op zulke momenten dat je niet de eerste bent die met zulke vragen rondloopt. Daarom hebben wij een forum opgericht, gericht op mensen in dezelfde situatie als jij. Zo kun je tips en ervaringen delen en ontdek je dat je er niet alleen voor staat.

Door arbeidsongeschiktheid kan je inkomen onverwacht sterk dalen. Soms zelfs zo sterk, dat de woonlasten in verhouding te hoog worden. De woonkostentoeslag kan in dit geval een tijdelijke uitkomst bieden.

Als je inkomen plotseling lager wordt, bijvoorbeeld door ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of een wijziging in de uitkering, dan is het heel normaal dat je aan de (nood-)rem trekt en elke uitgave schrapt die je maar schrappen kan. Maar wat als dat niet genoeg is? Dan is verhuizen naar een goedkoper huis een vervelende, maar soms wel verstandige oplossing.

Met de woonkostentoeslag kun je in de tussentijd voorkomen dat het water je aan de lippen komt te staan. Deze toeslag geldt voor zowel huur- als koopwoningen, dus ook wanneer de hypotheeklasten te hoog zijn geworden.

 

  1. Wat is woonkostentoeslag?
  2. Heb ik recht op woonkostentoeslag?
  3. Hoe lang krijg ik een woonkostentoeslag?
  4. Hoeveel woonkostentoeslag kan ik krijgen?
  5. Woonkostentoeslag en vermogen?
  6. Woonkostentoeslag of huurtoeslag?
  7. Woonkostentoeslag en de Belastingdienst
  8. Hoe en waar kan ik de woonkostentoeslag aanvragen?
Wat is woonkostentoeslag?

De woonkostentoeslag is een bijzondere bijstand, die wordt uitgekeerd door de gemeente. Het is een tijdelijke aanvulling op je inkomen en is bedacht om betalingsachterstanden te voorkomen, terwijl je op zoek bent naar een huis met lagere maandlasten.

Deze bijzondere bijstand is niet alleen voor mensen met een bijstandsuitkering. De regeling is ook voor mensen die loon, pensioen of een ander soort uitkering ontvangen. Een minimuminkomen is dus geen vereiste. Wel geldt: hoe hoger het inkomen (en meer draagkracht) hoe minder bijzondere bijstand. In het algemeen geldt dat je geen draagkracht hebt als je een inkomen hebt op bijstandsniveau. De gemeente kijkt daarbij ook naar het inkomen en vermogen van de overige gezinsleden.

Heb ik recht op woonkostentoeslag?

Om recht te hebben op een woonkostentoeslag, kijkt de gemeente naar vier factoren. Voldoe je aan alle criteria, dan kan je in aanmerking komen voor deze bijzondere bijstand.

  1. Je inkomen is plotseling sterk gedaald.
  2. Je bent (of gaat) op zoek naar een goedkopere woning (koop of huur).
  3. De kosten van je huidige woning zijn niet op te brengen met je huidige inkomen.
  4. Je hebt geen recht op huurtoeslag, bijvoorbeeld omdat je boven de huursubsidiegrens huurt (€ 710,68 per maand in 2018) of een koopwoning hebt.

Het kan zijn dat er geen verhuisverplichting geldt als je 65 jaar of ouder bent. Vraag bij je gemeente na of deze voorwaarde van toepassing is.

Hoe lang krijg ik een woonkostentoeslag?

De duur van de woonkostentoeslag verschilt per gemeente, maar in alle gevallen zal het een tijdelijke voorziening zijn. Sommige gemeenten kennen de toeslag toe voor maximaal drie, zes of twaalf maanden of beoordelen dat je het krijgt zo lang als nodig is. In sommige gemeenten kan de periode worden verlengd. Andere gemeenten hanteren, afhankelijk van de situatie, zelfs een periode van twee jaar of langer

Hoeveel toeslag kan ik krijgen?

Deze vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden, want het hangt af van het inkomen en van de woonkosten. De woonkostentoeslag is een aanvulling op maat. Gemeenten hanteren een (complexe) berekening voor de woonkostentoeslag.

Bij een huurwoning vallen alleen de huur en sommige servicekosten onder woonkosten. De woonkostentoeslag voor huurders is een (tijdelijke) bijdrage in de huurkosten als uw maandelijkse lasten hoger zijn dan de huurgrens. De huurgrens ligt in 2018 voor iedereen die ouder is dan 23 jaar op € 710,68 per maand. Voor jongeren tussen de 18 en 23 jaar is dit bedrag € 414,02.

Bij een koopwoning gaat het om:

  • hypotheekrente (alleen rente, geen aflossing!)
  • opstalverzekering
  • onroerendezaakbelasting
  • erfpachtcanon
  • onderhoudskosten
  • rioolrecht waterschapsbelasting

Meer informatie over wat de woonkostentoeslag in jouw situatie kan betekenen kun je opvragen bij jouw gemeente.

Woonkostentoeslag en vermogen

Er zal bij woonkostentoeslag ook gekeken worden naar het vermogen. In eerste instantie moet je het eigen vermogen aanwenden tot aan de vermogensgrens.

Woonkostentoeslag of huurtoeslag?

Huur je een woning en betaal je (in 2018) maximaal € 710,68 per maand? Dan kan het zijn dat er door de inkomensdaling recht ontstaat op huurtoeslag. Als je recht hebt op huurtoeslag is er geen recht op woonkostentoeslag. Huurtoeslag wordt verstrekt via de Belastingdienst.

Woonkostentoeslag en de Belastingdienst

De woonkostentoeslag is een tijdelijke aanvulling op je inkomen, maar wordt door de Belastingdienst niet gezien als een extra inkomen.

Dit is gunstig om twee redenen. Als eerste betaal je geen belasting over de toeslag en ten tweede is er geen invloed op andere toeslagen die je nu misschien ontvangt (zoals een kindgebonden budget of zorgverzekeringstoeslag.

Hoe en waar kan ik de woonkostentoeslag aanvragen?

Je vraagt de woonkostentoeslag aan bij de gemeente, bij het loket wat over de bijzondere bijstand gaat.

Bij de aanvraag wordt er gevraagd om documenten aan te leveren waarmee de gemeente de aanvraag beoordeelt. Welke formulieren dit zijn, verschilt ook per gemeente. Maar waar je ook woont: de gemeente heeft meestal acht weken om een besluit te nemen, dus binnen twee maanden weet je waar je aan toe bent. En ben je het niet eens met het besluit, dan heb je zes weken de tijd om bezwaar te maken.

Is het mogelijk om een hypotheek af te sluiten als je arbeidsongeschikt bent? Kun je een huis kopen als je een uitkering uit de ziektewet ontvangt? Of kun je een hypotheek oversluiten met een WGA- of IVA-uitkering? De mogelijkheden hangen af van je situatie en de soort uitkering die je ontvangt. Met een uitkering is het moeilijker om een hypotheek te krijgen dan wanneer je in loondienst bent bij een werkgever.

Geldverstrekkers beoordelen je hypotheekaanvraag namelijk op basis van het inkomen, omdat je inkomen de geldverstrekker zekerheid geeft over de betaling van de rente en de aflossing. Een hypotheek heeft vaak een lange looptijd, dus een hypotheekverstrekker wil graag enige zekerheid voor deze lange periode.

Een hypotheek met een IVA- of WAO-uitkering

Heb je een uitkering, waarbij het UWV heeft beoordeeld dat er sprake is van een duurzame beperking? Dan is het wellicht mogelijk om een hypotheek rond te krijgen. Een IVA- en WAO-uitkering zijn voor lange tijd toegekend en worden daardoor vaak gezien als een stabiel inkomen waarmee een hypotheekaanvraag mogelijk is.

Niet alle hypotheekverstrekkers hebben dezelfde voorwaarden, dus informeer bij jouw financieel adviseur naar de mogelijkheden in jouw situatie.

Een huis kopen tijdens de Ziektewet en WGA

Als een uitkering een tijdelijk karakter heeft, biedt het de hypotheekverstrekker waarschijnlijk onvoldoende zekerheid voor de lange termijn. De meeste hypotheekverstrekkers staan daardoor negatief tegenover het verstrekken van een hypotheek bij een WGA- of ziektewetuitkering.

De ziektewetuitkering is van (relatief) korte duur en kan opgevolgd worden door de WIA-uitkering, maar dat hoeft niet.

Een WGA-uitkering is voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten waarbij de situatie niet duurzaam is. Daarmee wordt aangegeven dat de situatie mogelijk nog verandert. Als jouw arbeidsongeschiktheidspercentage wijzigt, dan wijzigt de uitkering ook. Daarmee is het voor een hypotheekverstrekker onzeker hoe lang en hoe hoog jouw uitkering zal zijn voor de periode dat jij een hypotheek wilt afsluiten.

Heb je een WGA-uitkering met een aanvullende WGA-hiaatuitkering van een verzekeraar? Dan kunnen hypotheekverstrekkers dat mogelijk ook zien als een stabiel en duurzaam inkomen. Informeer bij jouw financieel adviseur naar de mogelijkheden.

Ziek in dienst bij de werkgever

Als je nog in dienst bent bij je werkgever en je ontvangt nog steeds loon, dan gelden de standaardregels.

Iedere hypotheekverstrekker vraagt om een werkgeversverklaring. In deze verklaring wordt bijvoorbeeld gevraagd naar jouw bruto jaarinkomen, het soort dienstverband (contract voor bepaalde of onbepaalde tijd of flexibel) en of de werkgever voornemens is het dienstverband binnenkort te beëindigen.

Als een werkgever de verklaring niet afgeeft of op de werkgeversverklaring aangeeft dat het dienstverband mogelijk wordt beëindigd in verband met langdurige ziekte, dan kan dat gevolgen hebben voor de hypotheekaanvraag.

Levensverzekering kan moeilijker en duurder zijn

Een hypotheek wordt vaak afgesloten in combinatie met een levensverzekering. In sommige situaties is een levensverzekering verplicht. Hiermee wordt de afbetaling van de hypotheek gegarandeerd bij overlijden. Ben je arbeidsongeschikt, dan kan het moeilijker en duurder zijn om een levensverzekering af te sluiten. Het kan ook zijn dat de je de levensverzekering niet kan afsluiten in verband met jouw arbeidsongeschiktheid. Dit hangt onder andere af van de prognose in jouw situatie.

Tips voor een hypotheek met een uitkering:

Als je een partner met voldoende inkomen hebt, dan is het mogelijk verstandig om de hypotheek af te sluiten op basis van enkel dit inkomen. Is dit (net) niet genoeg? Bekijk dan of er eigen vermogen is wat gebruikt kan worden. Jouw uitkering kunnen jullie dan gebruiken voor de vaste lasten. En, mocht de uitkering plotseling wijzigen, dan heb je waarschijnlijk niet direct grote financiële problemen.
Schulden bij de BKR verlagen je leenbedrag. Los bij voorkeur alle leningen af voordat je een huis koopt. Hieronder vallen vaak ook de roodstand bij de bank, smartphones die je aan de provider betaalt, creditcards, privé-leaseauto’s en betalingsregelingen bij webwinkels.
Vraag jezelf in deze situatie goed af of dit verstandig is om op dit moment in je leven een nieuwe hypotheek af te sluiten.

Ook als je ziek bent, heb je recht op een onregelmatigheidstoeslag (ORT), als je die daarvoor ook al structureel ontving.

Wie ziek is in loondienst, heeft de eerste twee jaar recht op doorbetaling van zijn of haar loon. Wettelijk heb je recht op minimaal 70 procent (meer mag ook) van je laatstverdiende loon.

Per cao of bedrijfsregeling kunnen er verschillende afspraken over zijn gemaakt en kan het percentage per periode wisselen.

Bijvoorbeeld; het eerste jaar krijgt een zieke werknemer 100 procent van het loon, het tweede jaar wordt dat 80 procent.

Onregelmatigheidstoeslag geldt ook bij ziekte

Ontving je voordat je ziek werd een structurele toeslag, zoals een onregelmatigheidstoeslag of ploegentoeslag? Een werkgever moet dan toeslag doorbetalen bij ziekte.

Bij het vaststellen van je laatstverdiende loon wordt namelijk niet alleen gekeken naar het bruto uurloon, maar naar álle structurele looncomponenten.

Ontving je dus structureel onregelmatigheidstoeslag? Dan heb je hier, ook bij ziekte, recht op.

De achterliggende gedachte is dat je bij ziekte recht houdt op een percentage van het volledige loon wat je had ontvangen als je wel had kunnen werken.

Je hebt recht op een transitievergoeding als jouw contract op initiatief van de werkgever wordt beëindigd en je minimaal 24 maanden in dienst bent geweest. Ook als je ziek uit dienst gaat.

De transitievergoeding bestaat sinds 1 juli 2015, de ingangsdatum van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Het is een vergoeding, die de werkgever bij ontslag op initiatief van de werkgever betaalt aan de werknemer.

Heb ik recht op een transitievergoeding?

Tijdens de eerste 104 weken (twee jaar) van je ziekte ontvang je salaris van de werkgever zolang je een dienstverband hebt.

Is in deze 104 weken re-integratie binnen de organisatie niet mogelijk gebleken? Dan kan de werkgever na 104 weken een ontslagvergunning bij het UWV aanvragen vanwege langdurig verzuim. Als deze wordt toegekend kan het contract worden ontbonden. Ook dan kun je recht hebben op een transitievergoeding.

Daarbij gelden dezelfde voorwaarden; jouw dienstverband heeft minimaal 24 maanden geduurd en de werkgever heeft het initiatief genomen om het contract te beëindigen. In dit geval dus door een ontslagvergunning.

Wanneer je zelf ontslag neemt of je gaat met wederzijds goedvinden de overeenkomst beëindigen (vaststellingsovereenkomst) dan is er geen recht op een transitievergoeding.

Er kunnen in een vaststellingsovereenkomst wel (andere) vergoedingen worden afgesproken. Laat je bij een vaststellingsovereenkomst bijstaan door een arbeidsjurist.

Transitievergoeding bij tijdelijke contracten

Tegenwoordig zijn veel arbeidsovereenkomsten gebaseerd op jaar- of uitzendcontracten. Ook dan geldt: als je langer dan twee jaar in dienst bent geweest, heb je mogelijk recht op een transitievergoeding.

Als je eerst een uitzendcontract had en je bent daarna in dienst gegaan bij hetzelfde bedrijf waarnaar je eerst werd uitgezonden, dan telt je uitzendperiode vaak ook mee in de berekening van de 24 maanden dienstverband.

Wanneer er een onderbreking in het dienstverband is van meer dan zes maanden, dus ook tussen de uitzendovereenkomst en het contract bij de werkgever, dan vervalt het arbeidsverleden wat je had opgebouwd en begint de telling opnieuw.

Voor seizoenswerk gelden overigens andere termijnen, maar die laten we voor nu buiten beschouwing.

Transitievergoeding berekenen met deze formule

Krijg je in de jaren 2015 – 2019 een transitievergoeding? Dan geldt de volgende berekening:

  • Over de eerste tien dienstjaren: je ontvangt eenderde van een maandsalaris, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat je in dienst was.
  • Over jaren na 10 dienstjaren: je ontvangt de helft van een maandsalaris, vermeerderd met het aantal jaren dat je meer dan tien jaar in dienst was.

Een maandsalaris is honderd procent van het bruto loon, plus alle ‘vaste salariscomponenten’.

De vaste salariscomponenten zijn:

  • Vakantiegeld
  • Ploegentoeslagen
  • Overwerkvergoedingen
  • Bonussen
  • Winstuitkeringen
  • Eindejaaruitkeringen

Zieke medewerkers kunnen in de twee jaar ziekte minder dan 100 procent van het salaris ontvangen. De transitievergoeding wordt berekend over het oorspronkelijke salaris (100 procent).

De transitievergoeding is in 2019 maximaal € 81.000 of een jaarsalaris (afhankelijk van welke het hoogste uitvalt).

Nieuwe wetgeving vanaf 1 januari 2020

Vanaf 1 januari 2020 is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht. Daardoor worden een aantal zaken gewijzigd, waaronder de transitievergoeding.

Wat gaat er in grote lijnen veranderen in de transitievergoeding?

  • De werknemer krijgt vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding, in plaats van na 24 maanden dienstverband.
  • De opbouw van de transitievergoeding wordt aangepast. De opbouw bedraagt straks voor iedereen – ongeacht de leeftijd van de werknemer – een derde van het maandsalaris. Bij lange dienstverbanden van tien jaar of meer wordt de transitievergoeding daardoor lager.
  • Bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst vanwege langdurig verzuim kan de werkgever een compensatie krijgen voor de transitievergoeding die hij is verschuldigd aan de zieke werknemer.
De transitievergoeding en belasting

Inkomsten moet je opgeven bij de Belastingdienst. Dat geldt niet alleen voor loon, maar ook voor andere inkomsten zoals een transitievergoeding. Over inkomsten betaal je inkomstenbelasting. Hoeveel belasting je betaalt hangt af van jouw jaarinkomen.

Mogelijk wordt (een deel van) jouw bruto transitievergoeding gebruikt voor scholing of outplacement. Of je hebt eerder een opleiding gevolgd welke door de werkgever is betaald, waarvan de kosten nu in mindering worden gebracht op de transitievergoeding.

Het antwoord op de vraag of en hoe de transitievergoeding wordt belast, hangt af jouw persoonlijke situatie en is dus maatwerk.

Daarom onze tip: laat je informeren door een financieel expert, een inkomensspecialist of neem contact op met de BelastingTelefoon. Je weet dan precies waar je straks aan toe bent.

De transitievergoeding en je toeslagen (kinderopvangtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en zorgtoeslag)

Als je jaarinkomen hoger wordt doordat je een transitievergoeding ontvangt, kunnen bepaalde toeslagen lager uitvallen of zelfs vervallen in dat jaar. Dit geldt dus niet alleen voor de komende perioden, maar voor alle maanden in dat jaar.

Een voorbeeld.

Jan heeft een jaarlijks inkomen van € 20.000 en ontvangt elke maand € 200 huurtoeslag. In augustus raakt hij zijn baan kwijt en ontvangt hij een transitievergoeding van € 12.000. Zijn jaarinkomen komt dat jaar boven de huursubsidiegrens voor alleenstaanden. Tijdens de laatste maanden krijgt hij geen huursubsidie meer, én hij moet de al ontvangen bedragen terugbetalen.

Daarom onze tip: zorg dat je je jaarinkomen snel wijzigt op Mijn Toeslagen. Je kunt dan gelijk zien op welk bedrag je dit jaar recht hebt. Heb je teveel ontvangen, dan kun je je voorbereiden op de terugvordering door een deel van je transitievergoeding opzij te zetten.

Het kan ook verstandig zijn om je nieuwe jaarinkomen in te voeren in je voorlopige belastingaangifte over dit jaar. Je hebt mogelijk teveel belasting betaald, en krijgt na je voorlopige aangifte maandelijks een bedrag terug. Je geeft dit door op de site van de Belastingdienst

Let op: zorg dat je rond de jaarwisseling opnieuw een voorlopige aangifte doet voor volgend jaar, zodat de Belastingdienst kan rekenen met de juiste bedragen.

  • Wie helpt mij bij een transitievergoeding?
  • Jouw werkgever.
  • Het UWV.
  • Juridische hulpverlening (niet verplicht, wel aan te raden).
  • Het forum van Samen Veerkrachtig, waar ervaringsdeskundigen jouw vragen beantwoorden.

Het antwoord is ‘nee’, de auto van de zaak mag niet zomaar worden afgenomen door de werkgever.

De auto van de zaak is loon in natura

Je kan voor lange tijd ziek worden. Je werkt hard aan je herstel en zolang je in dienst bent betaald jouw werkgever (een percentage) van je loon.

Maar wat gebeurt er met de auto van de zaak je langdurig ziek bent?

Je werkgever mag een auto van de zaak niet afnemen als je ziek bent. De (lease-)auto is onderdeel van je arbeidscontract en wordt gezien als ‘loon in natura’.

Je hebt recht op doorbetaling van alle delen van je loon, waardoor je ook recht houdt op gebruik van je leaseauto.

De uitzonderingen

Er zijn echter uitzonderingen op deze regel.

Uitzondering 1: er staat een bepaling in je contract over de auto van de zaak

In je contract kan zijn opgenomen dat je de auto van de zaak moet inleveren bij ziekte. Staat dit in je contract? Dan is dit zo afgesproken en is deze afspraak bindend.

Uitzondering 2: De bedrijfswagen wordt honderd procent zakelijk gebruikt.

De meeste werkgevers staan privégebruik van de auto van de zaak toe. Maar er zijn uitzonderingen.

Heeft jouw werkgever met jou de afspraak gemaakt dat de bedrijfswagen niet privé mag worden gebruikt? In dat geval is de auto geen beloning in natura, en mag je werkgever de bedrijfswagen terugnemen bij langdurige ziekte.

Een IVA-uitkering krijg je als het UWV beoordeelt dat je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent.

Het is niet mogelijk om een IVA-uitkering aan te vragen. Je doet een WIA-aanvraag en die aanvraag wordt beoordeeld. Afhankelijk van de beoordeling ontvang je een IVA-uitkering, WGA-uitkering, of helemaal geen uitkering.

Wanneer krijg je een IVA-uitkering?

Wanneer je een IVA-uitkering krijgt, verschilt van persoon tot persoon. De IVA krijg je namelijk wanneer het UWV oordeelt dat je volledig én duurzaam arbeidsongeschikt bent.

Een IVA-uitkering kan al tijdens de twee jaar loondoorbetaling, na de twee jaar doorbetaling en in sommige gevallen ook veel later (bijvoorbeeld als jouw situatie zich verslechterd tijdens de WIA). Na een herbeoordeling kan de WGA-uitkering worden omgezet in een IVA.

Als tijdens de eerste twee jaar loondoorbetaling duidelijk wordt dat je duurzaam niet meer in staat bent om te werken, kan je een vervroegde WIA-uitkering aanvragen. Het UWV beoordeelt of je inderdaad nooit meer aan het werk kan (dus ook niet voor een deel).

In de praktijk zien we dat de toekenning van een vervroegde WIA vooral in hele ernstige situaties gebeurt, zoals bij terminale ziekte. De vervroegde WIA-aanvraag mag maar éénmaal worden gedaan. Doe dit dus alleen in overleg met de bedrijfsarts zodat de bedrijfsarts dit medisch ook kan onderbouwen.

Beslist het UWV dat er op dit ogenblik geen IVA wordt toegekend? Dan volgen werknemer en werkgever de gebruikelijk route Wet Verbetering Poortwachter weer (2 jaar).

De beoordeling

De aanvraag voor een vervroegde WIA wordt beoordeeld door het UWV. Je hebt sowieso een verklaring nodig van de bedrijfsarts/arbodienst en van een medisch specialist.

Voor de vervroegde WIA is het voornamelijk van belang dat je de verklaring van de bedrijfsarts hebt en het op tijd doet. Voor een reguliere WIA-aanvraag bij UWV wordt er getoetst of er, met betrekking tot re-integratie, voldaan is aan de eisen van de Wet verbetering Poortwachter. Als hieruit blijkt dat iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, dan zal er een IVA toegekend worden.

Ben je het niet eens met de uitkomst? Teken dan binnen zes weken bezwaar aan. Dit bezwaarproces kan overigens enkele weken tot maanden duren, maar zal als resultaat hebben dat je opnieuw wordt beoordeeld. Ben je het ook niet eens met deze beoordeling, dan kun je de gang naar de rechtbank maken of, in het uiterste geval, in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep.

Wie helpt mij bij meningsverschillen?
  • Jouw werkgever

  • Juridische hulpverlening (niet verplicht, soms wel aan te raden)

  • Het forum van Samen Veerkrachtig, waar ervaringsdeskundigen jouw vragen beantwoorden.

Je bent niet de enige?

Onverwachts in de ziektewet is lastig. Maar vergeet niet: jij bent niet de eerste die met deze vragen rondloopt. Sterker nog: op het forum van Samen Veerkrachtig ontmoet je anderen zoals jij. Meld je daarom vandaag nog aan om tips en ervaringen uit te wisselen.

Mis je een vraag?

Via Samen Veerkrachtig vind je mensen die eerder een situatie als de jouwe hebben meegemaakt. Zij zijn onze ErvaringsDeskundigen, kortweg ED’s. In het forum herken je ze aan de oranje cirkel om hun foto. Aan ED’s kun je vragen stellen, bijvoorbeeld over de keuring van het UWV of het vinden van ander werk. Benader ze gerust als je ergens mee zit, want op Samen Veerkrachtig helpen we elkaar bij het vinden van antwoorden.