Van de keuring door de verzekeringsarts van het UWV hangt veel af. Heel veel. Hoe kun je je optimaal voorbereiden? Advocaat Maarten van de Weerd helpt mensen waarbij de keuring niet naar tevredenheid verliep. Hij vertelt wat je volgens zijn ervaringen kunt doen om goed voorbereid op de keuring van het UWV te komen.

Voor de keuring bij het UVW zit je meestal hooguit een kwartier bij een verzekeringsarts. Dat is weinig tijd voor een gesprek waar veel van afhangt. Des te belangrijker om je goed voor te bereiden.

Advocaat Maarten van de Weerd staat mensen juridisch bij die het oneens zijn met de uitslag van de keuring. Hij weet als geen ander waar het mis kan gaan tijdens het gesprek met een verzekeringsarts. Doe je voordeel met zijn tips.

Advocaat-Maarten-van-de-Weerd

Maarten, wat kun je beter wel en niet doen tijdens de keuring?

“Heel menselijk is dat je wilt laten zien dat je heus wel wat kunt, want niemand wil zich afgeschreven voelen. Juist daarmee gooit iemand soms zijn eigen glazen in. Door je minder ziek voor te doen dan je bent, oordeelt de verzekeringsarts eerder dat je (deels) kunt werken.

Verwacht altijd een vraag naar je dagverhaal. De verzekeringsarts wil weten: wanneer sta je op, doe je nog wat in het huishouden? Bedenk dus vooraf hoe je gemiddelde dag eruitziet, en niet alleen je goede dagen. Is dat rondje met de hond een wandeling van een half uur of ben je na vijf minuten op? Wees duidelijk over wat je aan pijnstillers moet nemen. Je wordt beoordeeld op wat je nog op een dag zou kunnen – schroom dus niet om te beschrijven wat je echt voelt.”

Wat is slim om mee te nemen naar het gesprek?

“Alle medische papieren die iets zeggen over hoe het met je gaat. Niet alleen het afsprakenkaartje van de fysiotherapie, maar ook een verslagje over de behandeling van je fysiotherapeut. Je kunt er niet vanuit gaan dat de verzekeringsarts zelf stukken opvraagt bij je huisarts of specialist.”

Moet je iemand meenemen naar de keuring?

“Dat is verstandig. Het valt niet mee om kort en bondig je verhaal te doen. Je partner of een goede vriend(in) maakt je dagelijks mee en kan aanvullen dat je bijvoorbeeld nauwelijks de trap op komt. Twee onthouden meer dan één, dus ook voor wat na de keuring gebeurt is het handig dat je met z’n tweeën bij het gesprek zat. Misschien zijn er klachten genoemd die de verzekeringsarts niet heeft opgeschreven. Om dezelfde reden zou ik aanraden het gesprek op te nemen. Als je dat bij de start meldt, mag dat.”

Helpt boos worden?

“Tijdens het gesprek zit het je eerder in de weg. Boosheid maakt het moeilijker om je te concentreren op de vragen. De verzekeringsarts moet bepalen of je nog wat kan doen. Door je goed voor te bereiden kun je helder vertellen hoe je ervoor staat. Dan is de kans kleiner dat je emoties de overhand krijgen. Ben je het oneens met de uitslag, dan kun je je boosheid inzetten om je punt te maken bij het bezwaar. Er is niks mis met een strijdvaardige houding.”

Hoe pak ik dat aan, bezwaar maken?

“Geef binnen zes weken na de uitslag bij het UWV aan dat je bezwaar maakt. Dat kun je met een eenvoudige mededeling online doen. Daarna kun je, eventueel met een jurist, je weerwoord voorbereiden. Verzamel daarvoor alle medische papieren over je situatie.

Kijk ook na of je een rechtsbijstandverzekering hebt. Mogelijk krijg je de kosten voor juridische hulp vergoed. Of anders is misschien gefinancierde rechtsbijstand mogelijk. De hele bezwaarprocedure duurt gemiddeld drie tot vier maanden. Hoe eerder je zelf actie onderneemt, hoe sneller het kan gaan.”

Lees ook het verhaal van Maarten over wat je kunt doen als je het oneens bent met de verzekeringsarts.

Meer voorbereidingstips voor het gesprek met de keuringsarts

Als je twee jaar ziek bent, kun je een WIA-uitkering aanvragen. Na je aanvraag roept de verzekeringsarts van UWV je op voor een keuring. Soms is dit alleen een gesprek, soms een uitgebreider onderzoek. UWV bepaalt daarna hoe goed je nog kunt werken en hoeveel je eventuele uitkering wordt. Een belangrijk moment dus. Hoe bereid je je hierop voor?

Informatie verzamelen

Verzamel van tevoren alle informatie over je gezondheid. Denk daarbij aan medicijngebruik en wat je wel en niet kan. Vraag of je artsen voor je willen opschrijven wat er precies aan de hand is en wat je aan werk nog aankunt. Schrijf op welke medicijnen je gebruikt, of neem de verpakkingen mee. Als je iets niet vermeldt in je gesprek, kan de verzekeringsarts het niet meenemen in de beslissing.

Je eigen arts kan helpen

Je kunt ook aan de verzekeringsarts vragen of die contact wil opnemen met je eigen arts voor meer informatie. Bijvoorbeeld als je onderzoek nog loopt of je het zelf lastig vindt om je ziekte of beperking goed uit te leggen.

Je mag iemand meenemen

Neem iemand mee naar het keuringsgesprek. Iemand die je situatie kent, kan meedenken, je helpen uit te leggen hoe je dagen eruit zien en hoe je functioneert. Daarnaast kan die je helpen om te onthouden wat de verzekeringsarts allemaal heeft gezegd.

Je mag ook het gesprek opnemen

Je mag het gesprek bij UWV opnemen. Geef dit dan wel even van tevoren aan. Een opname kan je ook weer helpen om terug te kunnen halen wat er gezegd is. Het verslag wat je krijgt kun je naast je opname leggen. Zo kun je kijken of het klopt.

Het gesprek gaat over je werk

UWV kijkt vooral naar wat je nog kan in een werksituatie. Het gesprek gaat dus niet alleen over je medische situatie. Verwacht vooral ook vragen over wat je wel en niet kan in een werksituatie.

Beschrijf je situatie

Het klinkt misschien raar als we dit schrijven, maar misschien ben je ongemerkt al gewend aan je nieuwe situatie. Dingen die zijn veranderd, die vallen je misschien al niet meer op. Dat je na een uur inspanning doodmoe bent is voor jou misschien vanzelfsprekend, maar is voor de keuringsarts belangrijk om te weten. Denk dus na over wat je zelf wil en kan. Wat kan je op een dag? Hoe ziet een goede dag eruit? Hoe ziet een slechte dag eruit? Hoe wisselen goede en slechte dagen elkaar af?

Doe je niet anders voor dan je bent

Geef eerlijk aan wat je wel en niet kan. Schrijf bijvoorbeeld van tevoren op hoe je je voelt en wat je wel en niet kan, zodat je niet onverwacht een ander antwoord geeft dan je had willen geven. Als je je groot probeert te houden, dan krijg je meestal een lagere uitkering of minder hulp.

Ken de alternatieven die de arts aan zal dragen

De verzekeringsarts kijkt naar wat je kan aan de hand van de functionele mogelijkhedenlijst. Hierop staat wat je lichamelijk en geestelijk in je werk kunt doen. Neem deze lijst van tevoren door, zodat je weet waarop UWV je beoordeelt. Dat kan je ook helpen om te bedenken wat je gaat zeggen in het gesprek.

Plan ook tijd na afloop

De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige maken een verslag dat in je dossier gaat. Vraag na afloop of je het verslag en je dossier mag inzien. Daar heb je altijd recht op.

Het vervolg

Beslist de verzekeringsarts dat je nog kunt werken? Dan krijg je een vervolggesprek met een arbeidsdeskundige. Die bekijkt welke banen je zou kunnen zoeken  aan de hand van wat je kan.